Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een romaansche zaal van donker blauwig-groen aspect. Aan 't einde, links, een lichte galerij met drie bogen, gedragen door twee halve en twee heele verde-antico zuilen; voortgezet door een muur bedekt met donker blauwig-groen tapijt waarop de afbeelding van een hert achtervolgd door honden en jagers. Achter de galerij een balcon met marmeren balustrade. De zee, kalm, diep blauw-groen, aan den einder gedeeltelijk besloten door een heuvelachtige kust, donker-violet van kleur. In 't Westen, onzichtbaar van uit de zaal, de zon ten ondergang neigende. De lucht, ijl, kleurt zich rossig. Zware dreigende wolken komen op. Voor den wand met het jachttafereel hangt een groote koperen olielamp met een enkel klein brandend pitje. Drie lichte stoelen aan dien wand op een donkerrood oostersch kleed. Twee deuren in den muur rechts, de meest verwijderde onder een voorhang. Aan den muur links, in het midden, een robijnrood tapijt met gouden bloemfiguren; een kleine eenvoudige baldakijn waaronder een ivoren zetel, donkerrood oostersch kleed daaronder. Links en rechts een stoel. Een deur links. In 't midden van de zaal een fonteintje dat niet springt. Het heeft den vorm van een romaansch doopvont: een porfieren bekken, op verde-antico zuiltje. Onder den middelsten boog der galerij een bronzen vaas met groote zonnebloemen. Men ontwaart Rufus, donker gekleed (groen en blauw) bij de deur links, in gedachten verzonken.

Rufus.

Zoo gedraagt zich niet een gek.

Vroeger zoo hartstochtelijk....

Is hij nu zoo zacht en vredig als een kind.

Men zou zoo denken dat hij blijde is Dat Mara en Radboud hem nu gansch Verdrongen hebben uit 't rijksbestuur.

't Gaat heel wat slechter nu....

Een misselijke tijd.

Sluiten