Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals een bende hongerige wolven huilend zwerft Om een ontruiterd paard en scheurt nu hier, dan daar, De lappen vleesch en huid van 't voortgejaagde dier, Zoo hingen ze aan ons en doodden man op man. Met den sneeuwval viel een bui van peilen op ons neder En rammelend, krakend, knarsend viel immer weer een

[ridder

Als een terneergehouwen standbeeld in de sneeuw. Zoo verloren we nog veel van d'overgebleven bende. Van wat achter ons nog kampte met den haat,

't Water en de koude, zal wel niet veel in leven zijn. Doch toen nu eindelijk kwam de langgebeide nacht,

Toen lieten de Franken af... en tranen smolten de sneeuw Die droop van onze helmen.

Radboud.

Helaas, helaas, mijn trotsche ridders!

Helaas, helaas, mijn machtig volk!

Helaas, helaas, verloren alles!

Al 't strijden was vergeefs.

Het Volk.

Wee ons, wee ons, ons arme volk!

Wee ons!

rufus.

O groote ellende!

Radboud.

Helaas, o groote plannen!

O hevig willen, machtige krachtsaanwending;

Heerlijk pogen, te vergeefs, helaas!

Voor niets was al ons trachten!

Sluiten