Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hobbe.

Moordenaar!

Het Volk.

Ter dood met hen.

Radboud,

Onwetend tuig... Vloek over jelui hoofden.

Mara.

Zwijg Radboud, aan mij is 't thans te spreken.

Is niet de vrouw oermoeder van den man?

Nu je weer een kind in wijsheid bent,

Nu wordt de vrouw je moeder en voogdes.

Zwijg dus en laat mij spreken. Ik zeg:

Er is een mysterie in de vrouw véél grooter

Dan je kunt vermoeden, véél grooter dan zij zelve weet.

Maar de man is dood! Zwijg, kind, geleerd-dom kind!

Laat 't volk ons dooden, de beurt is nu aan 't volk

Om beulszwaard van een hooger organism te zijn.

Zoo doodt — na de groote ommekeer van waar wij, dwazen,

Onze overwinningen tellen — 't lagere telkens 't hoogere;

Want in de diepten van de aarde is een schat,

Die langzaam zich verteert.

Hobbe.

Ik weet niet wat je wilt, slecht, onwetend mensch;

Bedek geen vuile daden onder dor gepraat.

Geweldige stormvlagen.

Jij, die ons ten oorlog riept, zeg ons:

Waar zijn onze kinderen?

Een deel van 't Volk.

Waar onze vaders!

Sluiten