Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII.

Smaad en verdoemenis Waren onafwijsbaar over Satan.

Bij God geheven alle Geesten Door des Tweelings liefdevolle daad,

Doch dood de reuzen en de menschen.

Toen braakte Satan al zijn hartvuur En al zijn monden spogen voor 't laatst; Verdonkerd werden al de lichten,

De torens stortten,

De aarde schudde.

Geopend werden des afgronds poorten

En al de wateren rezen op als één geweldig beest

Geopend werden de poorten der orkanen

En de ademen der winden

Joegen over al de wereld

De zee ten hemel op;

Tot ijs verstarde 't water.

Nu ligt gebonden eeuwig,

In kou en dood de trotsche Lucifer,

De duisternis en 't somber

Zijn opgestapeld boven zijnen kop,

Vervloekt is gansch de aarde;

De eeuwige strijd is uit. —

Zoo wordt het licht tot duisternis

De duisternis tot licht.

Einde.

Sluiten