Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terend als juweelen, wiegden zich en zongen in de boomen; ook wondre vlinders en onnaspeurlijk gratievolle bloemen bewoonden nu de Lichtzee Gods.

5. En van Hem uit liet Hij d'oneindigheid der ideëele wezens stroomen, zooals de beken alle ontvlieten aan één Bron.

6. In machtige Liefde ontgloeide de Groote Koning en in 't meest verborgene en diepste van den Hemel, waar al de huizen, tempels, woonpaleizen, doolhove' en gaarden in elkaar geschoven waren tot een niet te ontwarren mengeling van schoon, daar rees een innig-onbegrijpelijke zaal, die Hij 't Paleis der Liefde noemde.

7. En hier, in 't gouden schijnsel staande recht en machtiglijk omhooge, glanzend in geheimnisvolle heilige Gestalte, de Heerlijkheid langs alle Zijne zijden nedervloeiend als van een lichtend, levend vuurgebergte van kristal, gaf Hij nu rillend al zijn Liefde aan zijn Eonen, veelbemind.

8. In gansche zwermen kwamen deze aangedreven, de oogen zwelgend 't bovenmenschlijk zalig licht en snuivend op de heerlijke geuren en drinkend in zich de heerlijke kleuren, en gansch doortrild van al den goddelijken dans en gansch zich vleiend langs de diepgevoelende Gestalte, gevend zij en nemend zwijmelend oneindige liefdeskussen, gloeiend, heet.

9. Want als in een onmeetlijk Hart de groote Liefde het oude bloed naar binnen zuigt, en pompt 't nieuwe er weer uit; zoo zoog Hij, Zion, tot zich, door Kareol's verbijsterende gaanderijen de scholen al van sluimrende, verwelkende Eonen, vergaand en stervend, smachtend ver van zijn geweldig gloeien en louterd'

Sluiten