Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dnngbre wouden, verzonk Hij niet in poelen, die zwart loerden in de duisternis der nachten?

41. Neen, Jazion alziende was en vond 't spoor dat Maya achterliet door 't rijk der sombre wateren, den Stroom der Liefde, die gelijk een draad van vuur, ontspringend aan des Zions voeten, door Esthakar getogen leit en ophoudt in Ennoia's sponde.

42. Dien stroom de Heiige Koning volgde en al de sterren en planeten die Hem zweven zagen, neigden zeer verbaasd de vreemde hoofden en wezen tot elkaar den God, die daar verscheen.

43. En al de woeste hemeldieren, Draak en Leeuw en Schorpioen en Groote Beer en Hond en Stier en al de Reuzen, zie, zij beefden voor den Held en bogen hunne koppen en likten angstiglijk het pad dat onder zijne voeten droop van balsem, rijk aan geur.

44. En zie, de weg der Liefde, dien Hij volgen moest want was Hij niet de Liefde zelve, en was deez weg niet zijn — zie, deze stroom Hem voerde langs machtige paleizen zonder tal, tot eindelijk Hij zag de reuzen-stad, die Ouraios gebouwd heeft in de Zon.

45. 't Volk der eeuwige daemonen stond saamverga-

derd in de pleinen, nu Hij voorbij trad tot 't vurige

paleis, waar Ouraios zich zelf verteert in heete lusten.

46. De sombre Vorst had lang reeds Jazion's komst bespied in den wondren Tooverbeker en om zich heen gezameld zijnen Raad en zich bedacht hoe hij deez Schoonheid wel 't best bewaren kon in Esthakar.

47. En Jazion trad tot 's vorsten troon — de draken fonklend van smaragd en met robijnen oogen weken

Sluiten