is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heet gelaai; gestremd werd nu 't woeste tollen der daemonen; tot rust kwam nu hun mengeling, en zaalge regens stroomden neer, van zilver, goud en kwik en ijzer en eindlijk ook van zachte wateren.

16. En zie er kwamen nieuwe kampen, een wonder ras van duivelen ontstond uit 't element dat 't vuur ten kind is; in woesten strijd geheven kwamen deze geesten en stortten zich versmorend op de vurige daemonen die met een eeuwgen donder, met immer lichte schichten en martelende elektrieke branden óp hen stormden in verweer.

17. Dat gaf titanische gevechten; van ver, de bleeke Maan, in angste weggevlucht, zag toe en hief de bleeke armen en schudde zich de natte haren zoodat verbijsterende vloeden stroomden langs de diepgegroefde aarde, immer weer opnieuw gegroefd.

18. En zij zag in verbazing oceaan van vuur, van vlammen, laaien, lichten; van dampen, rook en smook, van stormen en orkanen; een woesten strijd van water en van vuur.

19. En zij zag hoe — en dit was volgens Ouraios zijn wetten — de watergeesten uiterlijk beheerschen de geesten van het vuur, en hoe de laatsten heerschen in de kern van alle aarde.

20. Doch nauwlijks was een schaal gevormd door de vochtige daemonen of de woeste duivelen des vuurs verbraken die in duizendvoudige kloven, of tilden die omhoog of trokken ze omlaag en scheurden weer en andermaal de pasgebaarde huid en stuwden zoo omhoog hun rijke merg van ijzer, goud en zilver, koper, tin, granaat en van robijn.

21. Zoo rezen op de eerste rotsen van graniet en alom