Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delooze rijen rijzen d'edle lepidodendreën en door de zwierge kronen van de varen-boomen zeeft 't groene licht van een onmetelijke zon die in den hemel glanst als een beneveld meer van goud.

37. In wulpsche vreugde zuigt de namelooze groeiing de koolstof uit de luchten en zuivert d'atmosfeer, een blauwe hemel spiegelt zich in blauwe wateren...

38. Nu straalt voor 't eerst de zon; nu wuift op Weg der Liefde 't eene woud van heksenkruid zijn zaad naar 't andre over; een gele walming streeft omhoog en overhuift als met een gouden flikkering de geile aarde; en als de regens door de stralende omarming zwiepen, storten stroomen van geel slib terneer en kleuren zich de vloeden en de zeeën geel van 't zaad der boomen.

39. En achter Argo langzaam zinkt 't woud en wordt versteend tot zwarte kool, tot edelsteen, agaat en calcedoon en pyromaat; en in valleien bij heel diepe vurig ademende kloven verstarren bosschen tot opaal onder 't branden van de lava.

40. Ook in geheimnisvolle zee daar werkt steeds voort 't onuitputtelijke leven en waar het water schuimt en kookt langs mosbedekte kusten, rijst schuchter rif op rif van rood koraal; want in de translucide diepten bouwen miriaden microscopische poliepen woud aan woud van stralende sterren, groote dalen van veelkleurig mos.

41. Toen kropen op uit 't ruischen van de golven, die nedervloeien op 't strand, d'afgrijselijkste vorschen; afzichtelijke amphibieën klimmen, springen in de boomen.

42. Een nieuwe Archipel begint om hoog te rijzen waar

Sluiten