Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76. Heil, Eerbiedwaardige; Oer-oude, verbijsterende Aarde, geef mij voor dezen zang Uw sterkend voedsel; gedenken zal ik uwer in voldraging van de tijden.

Ik groet U Goedertierenden!

77. Daar rees een eiland uit de diepten van het Oosten en een rivier vermengde zijne bruine stroomen met 't blauw der zee; heerlijke bosschen en valleien strekten zich zeer ver.

78. De kim was al bedekt met 't reuzig beeld van een geweldige stad op rotsen in de ijle luchten opgeklommen, met hooge wallen en paleizen; de adelaren zweefden hoog om d'allerhoogste bleeke tempels en groote torens boorden diep tot in de wolken.

79. Toen voeren al de Helden op en hieven een geschreeuw en sloegen met de zwaarden op de schilden, de purpren pluimen wuifden van de stralend gouden helmen; daar schetterden de tuba's en bazuinen en al de horens blijde; en Jazion blies zijn gouden Olifant dat al de stranden loeiden.

VI.

BABYLON

1. Nu roeide Argo binnen d'oevers van den vloed in 't licht der zonnestralen; aan beide zijden rezen bergen; valleien vlijden zich en wingerd sierde al de heuvelen.

2. Al nader dreigde 't ontzettend stadsgevaarte en in den haven lieten zij de ankers zinken; bewondrend zagen tot hen op d'uitheemsche zeelieden en menig oudervaren kapitein, die al de wereld had omzeild, gezien had al de volkren en de landen, hij wist niet wie de

Sluiten