Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer bespiegelend aangelegde Duitsche wijsbegeerte daarentegen legt meer den nadruk op de samenvatting der menschelijke speciaalkennis in het opbouwen eener wereldbeschouwing. De Franschen weer ruimen naar hunnen nationalen aanleg een groote plaats in aan methodologie en logica. Maar ook het persoonlijk karakter van den wijsgeer, zijn specifieke begaafdheden en de richting van zijn geest, hebben een grooten invloed op de voorstelling die hij zich vormt van het wezen der wijsbegeerte en op de definitie die hij daarvan opstelt. Zoo was deze voor Hobbes de leer van den causalen samenhang; voor Kant de „Vernunfterkenntniss aus Begriffen"; voorFichtede „Wissenschaftslehre"; voorHegel de „Wissenschaft des Absoluten"; voor Herbart de „Bearbeitung der Begriffe zur Widerspruchslosigkeit". Ueberweg sprak van haar als de „Wissenschaft der Principien"; Riehl als „die Wissenschaft der Elemente des denkenden Bewusstseins als Elemente der Erfahrung betrachtet"; Kuno Fischer als „die Selbsterkenntniss des menschlichen Geistes"; terwijl weer Lipps op het voetspoor van Fries en Beneke geneigd is de philosophie terug te brengen tot psychologie of wetenschap van het bewuste geestesleven. Gelijk eertijds Descartes de philosophie beschouwde als de „perfectam omnium earum rerum, quas homo novisse potest scientiam", zoo betitelde in onze dagen Paulsen haar als het „Inbegriff aller wissenschaftlichen Erkenntniss", als het vak dat er naar streeft „een geheel van voorstellingen en gedachten over gedaante en samenhang, zin

Sluiten