Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AARD ONZER KENNIS.

en in wezen niet onderscheiden van de wijze waarop zij zicli aan ons voordoen. Twijfel daaromtrent komt niet op; de mogelijkheid dat zulk een besluit valsch zou kunnen wezen, wordt niet eenmaal verondersteld. Maar op den duur is dat standpunt niet te handhaven. Niet alleen omdat de physiologie ons leert dat onze waarnemingen onderhevig zijn aan tal van verschijnselen van zinsbedrog, maar ook omdat dieper nadenken ons het subjectief karakter onzer waarnemingen doet inzien. Niet slechts onze zintuigen zijn bedriegelijk, maar ook het abstracte denken is niet gevrijwaard voor dwaalwegen ; en terwijl de eerstgenoemde bedriegelijkheden nog kunnen ontdekt en hersteld worden, zijn wij in ons denken gebonden aan vaste voorwaarden en denkvormen, en missen wij eiken toetssteen om na te gaan of de aard van dat denken wel overeenkomt met de objectieve werkelijkheid.

Eerst voortgezet denken en een nauwkeurige analyse onzer kennis bevrijdt den mensch van den kinderlijken waan, als zou de werkelijkheid der dingen overeenkomen met zijn waarnemingen en voorstellingen. Maar heeft hij eenmaal leeren inzien, dat wij in al onze kennis der buitenwereld afhankelijk zijn van den aanleg en de aangeboren eigenschappen van onzen geest, dan wordt het hem ook voorgoed duidelijk, dat elke maatstaf ter beoordeeling van het al of niet overeenkomen onzer voorstellingswereld met de absolute werkelijkheid ontbreekt, en dat wij onmogelijk kunnen uitmaken of de inhoud dier voorstellingen beantwoordt aan zulk een

Sluiten