is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch panlogisme, dat de uitkomsten van het zuiver begripsmatig denken doet samenvloeien met de waarheid. Volgens die leer bestaat er een identiteit van denken en zijn. Niet alleen zijn volgens haar alle natuurwetten in laatste instantie ilenhwetten, maar zijn ook omgekeerd alle door denken verkregen wetten natuurwetten. Noodwendig gaat men hierbij uit van de onderstelling, dat er tusschen het denken en het zijn een soort van doorgaande „praestabilirte harmonie" bestaat. Maar uit het feit, dat wij de natuur slechts begrijpen kunnen naar de mate van de eigenschappen van onzen geest, valt onmogelijk zonder meer af te leiden dat de slotsommen van ons denken moeten overeenstemmen met de werkelijkheid; integendeel, de bewustzijnsverschijnselen, die in onzen geest totstandkomen, tot maatstaf te willen stellen van het universum, is niet anders dan een kortzichtig en aanmatigend anthropomorphisme, en nimmer is door begripsanalyse of dialectiek alléén het werkelijk bestaan van iets te bewijzen.

Nauw verwant met het rationalisme is het i n t u ï t i onisme. Wordt aan de uitspraken der zuivere rede het hoogste gewicht toegekend en de empirie van ondergeschikte en minderwaardige beteekenis geacht, dan zoekt men allicht ten slotte het criterium der waarheid in een persoonlijk waarheidsgevoel, dat niet door een beroep op de empirische werkelijkheid wordt gestaafd, maar dat haar bewijskracht alleen vindt in zichzelf, in een niet nader te betoogen evidentie. Juist