is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgeslachten zich in den vorm eener praedispositie op de nakomelingen overerfde en zoodoende aan het individu, d. i. ontogenetisch, in den vorm van zekere materieele sporen bij de geboorte als een erfdeel deivoorvaderen werd medegegeven, terwijl toch diens geslacht eerst langzamerhand die ervaring verworven had. Zoo zoekt Spencer een compromis te sluiten tusschen het apriorisme en het empirisme, door aan te nemen dat zekere elementen in 's menschen geest wel is waar aprioristisch zijn voor het individu op zich zelf, in zooverre zij deel uitmaken van de hem aangeboren psychophysische organisatie, maar terzelfder tijd a posteriori wat zijn geslacht betreft, het uitvloeisel zijnde van een langdurige, door ervaring bestuurde ontwikkeling der soort.

Het mag evenwel hierbij niet verzwegen, dat de beteekenis dier laatste bewijsvoering grooter schijnt dan zij in waarheid is, aangezien zij eigenlijk de kwestie waarover het loopt, eenvoudig verschuift en verlegt naar vroeger tijden, hetgeen niet anders is dan een verplaatsing van de moeilijkheid. De vraag toch is niet deze, hoe wij ons het ontstaan onzer denkvormen te denken hebben, maar of het, wanneer dan ook, mogelijk is dat zij zich ooit uit ervaring ontwikkelen; en die mogelijkheid is bij onze voorouders zeker niet grooter geweest dan bij hun hooger ontwikkelde nazaten. En al beroepen wij ons nu op de opgehoopte ervaring van voorgeslachten, dit geeft ons nog hoegenaamd geen verklaring tvaarom er ooit een causaal verband tus-