is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

qualiteit. *) Zoowel de experimenteele als de pathologische psychologie wijzen aan, dat de benedenste grenzen van het bewustzijn niet scherp zijn te bepalen en samenvloeien met zuiver materieele zenuwprocessen.

Veelal ook is het bewustzijn slechts van ondergeschikte beteekenis, iets bijkomends dat niets aan het proces verandert en evenmin in staat is eenige wijziging daarin aan te brengen. Veel van wat in den aanvang zuiver automatisch plaats grijpt, pleegt later met vol bewustzijn te geschieden; maar ook omgekeerd gaat door veelvuldige herhaling en gewoonte menig oorspronkelijk bewust proces over in een onbewust, wanneer eenmaal door oefening en ervaring zekere daartoe benoodigde associatiebanen zijn tot stand gekomen. Zelfs het denken kan onbewust plaatsgrijpen: een menigte van onze gedachtengangen en besluiten rijpen in ons, zonder dat ons de wijze waarop dit geschiedt tot klaar bewustzijn komt. Velen, die niet psychologisch geschoold zijn, zien in zulk een plotseling en schijnbaar onvoorbereid resultaat een mysterieuse intuïtie of bovennatuurlijke openbaring ; terwijl kunstenaars en daarmede verwante metaphysici als Schopenhauer zich gaarne op zulk een inspiratie als bron van productie verlaten. Een nader analytisch onderzoek evenwel leert, dat hier slechts sprake is van zekere associatieve combinatie van reeds ten gevolge van vroegere waarnemingen en overdenkingen in den geest aanwezige voorstellingen en gegevens.

') Prof. Jelgersma. Inaugur. oratie, pag. 20.