is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al deze moeilijkheden nu tracht het monisme te ontgaan. Deze richting kan, gelijk reeds boven werd opgemerkt, twee verschillende gestalten aannemen, hetzij een meer idealistisch-pantheïstische, hetzij een meer materialistisch gekleurde. Maar hetzij men aan den geest, hetzij aan de stof den voorrang toekent, in ieder geval wordt hier niet meer het bestaan van twee afzonderlijke en geheel of gedeeltelijk van elkander onafhankelijke werelden, een stoffelijke en een geestelijke, aangenomen, noch de eene te hulp geroepen om verschijnselen, die in de andere plaats grijpen, te verklaren, maar worden in plaats daarvan beide soorten van verschijnselen, stoffelijke en geestelijke, teruggebracht tot éénzelfden achtergrond, die zich alleen ten gevolge van ons onvolkomen doorzicht en subjectivistisch denkvermogen in zoo onderscheiden gedaante aan ons voordoet.

Het monisme van Haeckel acht. als een modern hylozoïsme, de kleinste deeltjes der materie bezield en spreekt b.v. van een „Zellseele". Een dergelijk panpsychisme evenwel lost de moeilijkheid van het verband tusschen lichamelijke en zielsverschijnselen niet op, maar verplaatst deze eenvoudig naar het cellichaam. Trouwens in wijsgeerig doorzicht ligt niet Haeckel's grootste kracht1); en eigenlijk is zijn geheele* monisme niet veel meer dan een verkapt materialisme,,

') Zie hiervoor het uitstekend boekje van E. Adickes. Kant contra Haeckel, 1901; en Paulsen's bespreking van Haeckel's „Weltratsel" in de Preussische Jahrbüeher.