Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heteronome moraal is voorzeker de oudste. Maar nadat het critisch denken begonnen was zich te ontwikkelen, rees het bewustzijn dat de oorsprong der zedelijkheid toch in den mensch zeiven te zoeken was. De machten toch van staat en kerk, op welke men zich beriep, waren ten slotte menschelijke scheppingen, geen buiten den mensch staande grootheden, aan welke deze zich als aan iets heterogeens had te onderwerpen. De grondslag der moraal moest ten slotte wel autonoom en immanent zijn, als in 's menschen wezen zelf geworteld en juist daaraan zijn kracht en voortbestaan ontleenend. De mensch zelf, niet als individu maar als geslacht, was de bron der zedelijke voorstellingen, die zich historisch ontwikkelden. Met dat gewijzigd inzicht was de poort geopend voor het wetenschappelijk en psychologisch onderzoek der ethische verschijnselen, en werd tevens de mogelijkheid gegeven na te gaan, in hoeverre de zedelijke voorschriften beantwoordden aan de eischen des tijds en in overeenstemming waren met de rede, daar men zich thans niet meer blindelings had te onderwerpen aan heteronome geboden.

De autonome moraalsystemen nu doen de zedelijkheid in oorsprong berusten, hetzij op verstandelijke overlegging, hetzij op gevoelsuitingen. In dit opzicht staan tegenover elkander de overwegingsen de gevoelsmoraal. Op ethisch gebied is hier de strijd tusschen intellectualisten en voluntaristen overgebracht. Het intellectualistisch standpunt, gehuldigd door de Grieksche wijsbegeerte, liet het

Sluiten