is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met voorbijzien van de lotsbedeeling van anderen, het waar geluk kan gevonden worden; en in ieder geval is het hoogst twijfelachtig of, waar in die mate het altruïsme wordt veronachtzaamd, nog van moraal kan sprake zijn en niet liever moet gesproken worden van een ontkenning der moraal. In de moderne ethiek heeft dan ook, op het voetspoor van het Christendom, het universalisme veel meer ingang gevonden. Vooral het u til isme, strevende naar het grootst mogelijk geluk van het grootste aantal, heeft zich tot woordvoerder daarvan opgeworpen. Want het criterium der zedelijkheid wordt hier gezocht in het al dan niet bevorderlijk zijn aan een universeel geluk. Wat daartoe, d. i. tot het algemeen welzijn, dienstig en nuttig is wordt als zedelijk geprezen; vandaar de ongelukkige naam „utilisme", die telkens aanleiding geeft tot het misverstand als zoude hier alleen naar het nuttige gestreefd worden. Beter zeer zeker ware het daarom, hier te spreken van universeel eudaemonisme; want niet het nut, maar het geluk wordt hier verheven tot moraalprincipe, als ideaal doel gesteld aan alle streven, en tot maatstaf gemaakt van het zedelijk oordeel. En dat wel het geluk niet van het individu zelf, maar van de gemeenschap. ')

In dit opzicht is dus het utilistisch eudaemonisme volkomen verschillend van dat hetwelk gepredikt werd

') Voor een nadere uiteenzetting van het utilisme verwijs ik naar mijn Sociale Ethiek, pag. 169—180.