is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeningen, die zich op dat gebied bewegen, te brengen zijn tot de aesthetische, dient te worden nagegaan welke de factoren zijn, die een zinnelijk gevoel stempelen tot een aesthetisch gevoel.

De aesthetica is in 't algemeen weinig beoefend door de kunstenaars zelf. Daartoe toch wordt niet alleen een groote mate van psychologische voorkennis vereischt, maar daarenboven worden de aandacht en de werkkracht der kunstenaars gewoonlijk geheel in beslag genomen door hun scheppende productie en blijft hun weinig tijd over voor theoretische beschouwingen. Verder kenmerkt de kunstenaar zich meest door een sterk uitgesproken individualiteit, terwijl de bestudeering der aesthetische problemen juist een groote objectiviteit en vatbaarheid voor de waardeering van zeer uiteenloopende kunstrichtingen vereischt.

Evenmin is de kunsthistoricus als zoodanig aestheticus. Hij toch stelt inzonderheid belang in de bizonderheden van de totstandkoming van het kunstwerk, en in die van den levensloop des kunstenaars; terwijl voor den aestheticus al die bizonderheden slechts waarde hebben in zooverre zij bijdragen tot recht verstand van het kunstschoon. Niet het historisch ontstaan van het kunstwerk, maar de oorzaken en de bestanddeelen van het aesthetisch genieten, zijn voor den laatste de vraagpunten die hij tracht op te lossen.

Langdurig heeft de aesthetica zich bewogen in zuiver speculatieve banen; „geen wetenschap," zegt Véron, „die meer is overgeleverd geweest aan de droomerijen