is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu heeft men gezegd: de kosten zijn niet het gevolg van deze wet, maar van onze burgerlijke wetgeving; daar hebt gij de voorschriften van inventarissen, boedelscheidingen, enz. Wanneer dat waar is, dan zou ik willen vragen: is het dan niet onbillijk, om die kleine boedels, zooals er zoo veel zijn, reeds nu zoo deerlijk bezwaard, nog met nieuwe lasten te bezwaren?

In de tweede plaats beweer ik, dat het argument faalt. De kosten, die de burgerlijke wetgeving nu in sommige gevallen, daar waar minderjarigen in den boedel betrokken zijn, legt op de belastingschuldigen, worden door deze wet, naar het voorschrift van art. 10 algemeen gemaakt. Nu heeft de geachte afgevaardigde uit Amsterdam terecht gezegd: men moet niet te veel bij bezwaren stilstaan, wanneer zij slechts in enkele gevallen treffen; alleen het frequentatieve karakter der bezwaren kan wettigen, een ander voorstel te doen. En dan wijs ik er op, dat in gemiddeld 60 percent van de gevallen, waarin in de rechte linie zal worden geërfd, de Staat geen penning zal heffen, omdat het bedrag der erfenis niet hoog genoeg is, maar toch de belastingschuldige eene dergelijke memorie van successie zal moeten indienen. Het drukkende van deze wet, van dit bezwaar, zal zich juist hier doen gevoelen.

Ik wijs er op, dat in den staat, die door den Minister bij missive van den 30 April 1.1 is overgelegd, en houdende opgave van het getal der nalatenschappen, waarvan in 1877 successierecht is betaald, een totaal bedrag voorkomt van 4398 nalatenschappen, waaronder niet begrepen zijn de boedels beneden f 300, en ook niet voorkomen die kleine boedels, waarvoor, volgens de toezegging van den Minister, ook voor het vervolg geene memorie van successie zal gevergd worden. Onder die 4398 boedels komen er 1124 voor die beneden de / 1000 zijn, en wanneer men opklimt tot de boedels, waarvan het bedrag niet meer bedraagt dan / 5000, — het middelcijfer, dat men aangenomen heeft als belastbaarheid van het kapitaal, dat geërfd wordt, — dan krijgt men een bedrag van 2919. Men heeft er dus bij de 3000 op de ruim 4000, waarvan waarschijnlijk geen successierecht zal worden geheven.