Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL I.

ALGEMEENE BEPALINGEN".

Art. 1.

Er wordt, onder den naam van regt van successie, eene belasting geheven van de waarde van al wat geërfd of verkregen wordt uit den boedel van een ingezeten des Rijks door zijn overlijden.

De verklaring van vermoedelijk overlijden wordt, voor de toepassing dezer wet, met werkelijk overlijden in alle opzigten gelijk gesteld, behoudens teruggave van het, dien ten gevolge, geheven regt met de verhoogingen en boeten, in de gevallen bij de artt. 538, 541, 542 en 543 van het Burgerlijk Wetboek voorzien. De dagteekening der verklaring wordt als de dag van het overlijden beschouwd.

Voor een ingezeten des Rijks wordt, voor de toepassing dezer wet, gehouden ieder die binnen het Rijk in Europa, zijne woonplaats heeft.

Er wordt, onder den naam van regt van overgang, eene belasting geheven van de waarde:

1°. van door overlijden van een ingezeten des Rijks in eigendom geërfde of verkregene effecten en rentegevende schuldvorderingen.

Onder effecten verstaat deze wet alle aandeelen in binnen- en buitenlandsche geldleeningen en renten, in maatschappijen of ondernemingen wier kapitaal door aandeelen wordt vertegenwoordigd, de voorloopige bewijzen van storting op al die aandeelen, de zoogenaamde oprichtersaandeelen, restantbewijzen, bewijzen van deelgerechtigheid (actions de jouissance), en dergelijke die, na aflossing der oorspronkelijke aandeelen, aan de houders verblijven of uitgereikt worden, en in

Sluiten