is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft de overledene bij de scheiding behalve het vruchtgenot of de periodieke uitkeering, baten in eigendom verkregen, dan mag de waarde die deze hadden bij de scheiding, in mindering van de waarde van het aan te geven aandeel worden gebracht.

Artikel 10 der wet van 1897. *)

Al wat door den overledene aan bloed- of aanverwanten, tot den vierden graad ingesloten, of aan hunne echtgenooten werd afgestaan, overgedragen of kwijtgescholden, wordt voor de regeling van de rechten van successie en van overgang geacht bij het overlijden in den boedel te zijn en bij legaat door den verkrijger of bevoordeelde te zijn verkregen, indien de overledene bij den afstand, de overdracht of de kwijtschelding een van het leven afhankelijk vruchtgenot of periodieke uitkeering heeft voorbehouden of bedongen. Als de rechtshandeling meer dan een jaar vóór het overlijden plaats had, blijven de zaken, die ten gevolge van dit artikel geacht worden bij legaat te zijn verkregen, buiten aanmerking bij de berekening van het recht van overgang, vermeld onder n°. 1 van art. 1 der wet van den 13den Mei 1859 (Staatsblad n°. 36).

Yan de waarde der volgens het eerste lid aan te geven zaken kan,

) Verg. art. 11 wet 1897.