is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de vereischte opgaven in de beëedigde aangifte niet zijn gedaan of wanneer na de beëediging nadere aangifte van eene schuld of aanvulling der omschrijving plaats heeft, kan de schuld worden afgetrokken, indien aan 's Rijks ambtenaar, daartoe door den Minister van Financiën aangewezen, of aan den regter, zoo niet naar de eischen van het burgerlijk regt dan toch overtuigend wordt aangetoond, dat de schuld reeds vóór het overlijden bestond, dat de onderhandsche geschriften als bewijsmiddel dienende, reeds vóór het overlijden in de magt van den schuldeischer zijn geweest en dat de bewijzen voor het bestaan der schuld niet werden opgemaakt of afgegeven om de betaling van successieregten te ontgaan.

Hetgeen op eene der bedoelde wijzen blijkt ten gevolge van het niet aftrekken van schulden te veel te zijn betaald, wordt teruggegeven, mits de teruggaaf worde gevraagd binnen den termijn voor de verjaring bepaald.

Art. 28.

Binnen eene maand na de aangifte van eenen boedel van een ingezeten des Rijks, moeten de aangevers, elk naar de wijze zijner godsdienstige gezindheid, in persoon, voor den kantonregter ter hunner keuze, den volgenden eed (verklaring) afleggen:

„Ik zweer (verklaar) dat ik in gemoede vermeen, dat ,,ik bij de door mij gedane aangifte van hetgeen door het „overlijden van N. N. wordt geërfd of verkregen, niets „heb verzwegen wat daartoe behoort en voor de regeling „van de regten van successie en van overgang heeft „moeten worden aangegeven; dat ik dezelfde schuld niet „twee of meermalen heb gebragt; dat ik geen schuld heb „opgegeven, welke niet uit den boedel moet worden

1) Hier schijnt in het Staatsblad eene komma te zijn uitgevallen.