is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wet van den 28sten Mei 1869 (Staatsblad n°. 95), beschouwd als door de stichting te zijn verkregen bij schenking onder de levenden, met dien verstande, dat hij, die de stichting in het leven roept, binnen zes maanden na de dagteekening der akte, waarbij hij dit doet, aangifte moet doen ten kantore, waar zijne woonplaats te dien tijde gevestigd was, of, zoo hij geen ingezeten van het Rijk was, ten kantore in welks kring de onroerende zaken gelegen of gevestigd zijn.

Hij is voor de rechten en boeten aansprakelijk.

Art. 60.

W ij behouden ()ns voor om. in bijzondere gevallen, van wege dwaling of onwillig verzuim in de aangifte of in de nakoming van andere voorschriften dezer wet, kwijtschelding. vermindering of teruggave van regten, van verhooging van regt of van boete te verleenen.

Art. 61.

Onze Minister van Financiën is bevoegd, om, in bijzondere gevallen, den termijn van aangifte, beëediging en betaling te verlengen.

I)e duur van het bij art. 8 bepaalde voorregt en de termijnen bij art. 63 bepaald, worden, van regtswege, met den tijd van het uitstel verlengd.

In geval van verlenging van de termijnen van aangifte of betaling, is interest van het bedrag van het regt verschuldigd, tegen vier ten honderd in het jaar, te rekenen van den dag, waarop de betaling volgens de wet had moeten geschieden, tot dien waarop zij werkelijk plaats heeft.