is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen wanneer de hiervoorvermelde vereischten aanwezig zijn, kan met eene verklaring van den burgemeester genoegen worden genomen; blijkt het, dat de overledene niet onvermogend was, dan kan alsnog eene aangifte gevorderd worden, tenzij de actie daartoe ware verjaard. (Verg. n°. 35.)

2. Blijkt den aangevers dat zij zich bij de primitieve aangifte niet volledig van hunne verplichting om alles aan te geven, hebben gekweten, dan behooren zij alsnog bij nadere memorie aangifte te doen van hetgeen zij niet of te weinig aangaven; behalve art. 36 noopt ook art. 28 der Successiewet hen tot die suppletoire aangifte, daar zij volgens het daarin opgenomen eedsformulier zweren: „dat zij dadelijk aangifte zullen doen van en de rechten „van successie en overgang zullen voldoen voor al „hetgeen zij naderhand vernemen niet of kwalijk te „hebben aangegeven."

3. De kosten der aangifte komen ten laste van degenen aan wie de wet de verplichting tot aangifte oplegt. Legatarissen, die geen aangifte behoeven te doen, behoeven ook niet in de kosten te dragen; dit zou op een wettelijk voorschrift moeten steunen, hetgeen evenwel ontbreekt, (cf. de Wilde § 464 en Sprenger van Eijk n°. 166.)

Voogden en curators over curandi, zullen de kosten voorzoover zij betamelijk en behoorlijk gerechtvaardigd zijn, in hunne rekening en verantwoording in uitgaaf kunnen brengen. (Verg. B.W. art. 468, lid 3 en art. 506, lid 3.)

De door de executeuren-testamentair gemaakte kosten komen volgens art. 1064 B.W. ten laste der nalatenschap.

b. Wie zijn tot aangifte gehouden?

4. De verplichting tot het doen van aangifte is bij de