is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerpen van aangiften voor het recht van successie en van overgang bij overlijden met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwerping, den bij art. 1 bis lid 2 bedoelden afstand, of de vervulling eener voorwaarde, tot aangifte gehouden is, bepaalt de wet geen termijn.

Zoo zal b.v. van iemand, die eerst tengevolge van de vernietiging van een testament, als erfgenaam tot eene nalatenschap wordt geroepen, eene aangifte kunnen worden geëischt, dadelijk nadat het vonnis of arrest, waarbij de vernietiging werd uitgesproken, in kracht van gewijsde is gegaan, (cf arrest van den Hoogen Raad dd° 13 April 1894, waarbij terecht werd beslist, dat artikel 20 der successiewet geene analogische toepassing toelaat op andere dan de daarin genoemde gevallen. P. W. 8552.) Met deze opvatting heeft het Bestuur der registratie zich vereenigd bij res. dd° 27 Augustus 1894, n°. 4.

Hetzelfde geldt voor den erfgenaam, die na het verstrijken van den bij de wet bepaalden termijn van 6. 8 of 12 maanden, eene nalatenschap aanvaardt, na deze eerst te hebben verworpen.(art. 1102 B.W.), of na tegen zijne verwerping in zijn geheel te zijn hersteld (art. 1111 B.W.), al heeft de aanvaarding volgens art. 1093 van dat wetboek ook eene terugwerkende kracht.

Het Bestuur der registratie leert, dat in het eerste geval de gewone termijnen gelden, met dien verstande, dat voor de berekening daarvan het tijdvak tusschen de verwerping en de aanvaarding niet meetelt, en verlengt hiermede dus dien termijn (P. W. 3123), iets, wat ik met de Wilde in § 611 geheel en al in strijd met de wet acht.

Sterft hij, die aangifte moet doen, voordat hij dit heeft gedaan, dan gaat de verplichting daartoe over op zijne erfgenamen. Een nieuwen termijn geeft de wet hun evenwel niet, zoodat zij binnen dien, welken hun erflater had, aangifte moeten doen. (de Wilde § 612.)

30. Ingeval door zwangerschap onzekerheid bestaat omtrent den persoon des erfgenaams of de heffing der