Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. eene vordering wegens in deposito gegeven gelden met rentebeding. (P.W. 7742.)

3°. inlagen op spaarbanken. (P.W. 7900, 8781.)

4°. eene vordering waarvan ingevolge eene overeenkomst tusschen den schuldeischer en den schuldenaar geen interest werd betaald, doch waartegen eerstgenoemde geen huurprijs behoefde te betalen van door hem van den schuldenaar gehuurde zaken, omdat daarin geene vrijstelling van de betaling der rente is te zien, doch enkel eene wijze van vereffening daarvan. (P.W. 8326.)

Mede zijn als rentegevend te beschouwen:

1 . eene vordering wegens geleend geld, waarbij interest is bedongen, zonder dat het bedrag daarvan is bepaald, in welk geval, volgens art. 1805 B.W., de wettelijke interest verschuldigd is, en

2°. eene vordering waarbij wel rente is bedongen, doch ten aanzien waarvan de schuldenaar in gebreke blijft, die te betalen.

(Verg. de Wilde § 122.)

Als niet rentegevend werden daarentegen beschouwd:

1°. eene vordering wegens geleend geld, waarbij geen interest is bedongen, die nochtans wordt betaald; (verg. art. 1803 B.W. en P.W. 7743.)

2°. eene vordering ten aanzien waarvan bij nadere overeenkomst de rentebetaling voor het vervolg, vóór des schuldeischers overlijden, is opgeheven; (P.WT. 7743. 8326.)

3°. kapitalen van minderjarigen, onder berusting der weeskamers in Ned.-Indië, omdat zij tegen die lichamen geene vordering hebben tot rentebetaling, maar tot uitkeering van een aandeel in de eventueele door haar te kweeken rente; (P.W. 7744, 8418.) alle welke beslissingen onder meerdere worden aangehaald door de Wilde in § 123.

Sluiten