Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3°. de voorloopige bewijzen van storting op al die aandeelen, de zoogenaamde oprichtersaandeelen, restantbewijzen, bewijzen van deelgerechtigheid (actions de jouissance), en dergelijke die, na aflossing der oorspronkelijke aandeelen aan de houders verblijven of uitgereikt ivorden.

Daaronder kunnen niet worden gerangschikt: de door de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij afgegeven voorloopige bewijzen van uitgestelde rentebetaling, daar deze worden gelijk gesteld met coupons (P.W. 7357.), welke evenmin als talons van effecten onder deze laatste kunnen worden gebracht; (P.W. 9322.)

extra dividend bewijzen, voorzien van talon en coupons — door eene maatschappij uitgegeven boven de bewijzen van aandeel in haar kapitaal .— recht gevende op eene extra uitkeering, indien de winst meer dan 5 % zou bedragen; (P.W. 7459)

bewijzen van bijzondere deelgerechtigheid in de winst eener mijnbouwmaatschappij tot een zeker bedrag in eens, waardoor aanspraken van vroegere aandeelhouders vervielen. (P.W. 9087.)

4°. in het algemeen alle stukken, die onder welke benaming ook, gerangschikt kunnen worden onder de publieke fondsen.

Als zoodanig moeten worden aangemerkt certificaten of bewijzen van een zeker aantal acres Mosquitos Land Grants en dergelijke, die aan de houders recht geven om een bepaald aantal acres in bezit te nemen, een soort van staatspapieren, uitgegeven met het doel om het bevolken van streken lands te bevorderen. (P.W. 7439.)

Niet daarentegen:

waterbrieven, d.z. bewijzen, dat vóór de vervening van land, tot waarborg der lands-, plaatselijke- en polderlasten en tot het vinden der kosten van bedijking droogmaking enz. eene zekere som is gestort in de kas

Sluiten