Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merking tot en met den dag van het overlijden, hetzij zij reeds vervallen of nog loopende zijn.

Deze behooren te worden opgegeven ieder afzonderlijk. met aanwijzing van haren aard en oorsprong, van den tijd waarover zij loopen, en den naam van den schuldeischer.

Kan de hoofdsom eener schuld niet worden toegelaten dan kunnen ook de interessen niet in mindering worden gebracht. (P.W. 5468, 5780.)

Zijn zij door de 5-jarige verjaring getroffen dan is evenzeer aftrek verboden, (art. 27 letter c, lid 2.)

(kk) Beroepsschvlden.

Deze behooren te worden opgegeven ieder afzonderlijk, met aanwijzing van haren aard en oorsprong, van den tijd waarover zij loopen, en den naam van den schuldeischer.

Daaronder zijn te brengen alle schulden, die de overledene in of ter zake van zijn beroep heeft gemaakt.

Het Bestuur der registratie brengt hieronder ook de beroepsschulden van iemand, van wien de overledene erfgenaam was. (P.W 6187). Ook zullen daaronder de beroepsschulden van den echtgenoot van den overledene behooren te vallen.

Het bestuur der registratie rangschikte daaronder nog:

a. het saldo der rekening van een kassier, wegens bij hem in bewaring gegeven spaarpenningen; (P.W. 7670.)

b. vorderingen van klerken, kantoor- of winkelbedienden, wegens loon, wanneer des erflaters beroep medebracht, dat hij de hulp van dergelijke personen behoefde; (P.W. 7671.)

c. de vordering eener kerk ten laste van een pastoor, wegens door hem voor het verrichten van zielmissen en andere kerkelijke diensten van des erflaters bloedverwanten of erfgenamen ontvangen en alsnog aan de kerk verschuldigde gelden. (P.W. 8564).

Sluiten