Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestaat er gegrond vermoeden van onjuiste opgaven in de verkorte memorie, dan is de ontvanger bevoegd eene volledige, als bij art. 10 der wet bedoeld, te vorderen. Na eene daartoe ontvangen waarschuwing zijn de betrokkenen verplicht binnen 8 dagen eene volledige memorie in te dienen. Deze laatste is dan niet als eene nadere te beschouwen, doch vervangt de primitieve. Dit werd door het Bestuur der registratie beslist bij P.W. 6825, en is van belang met het oog op de nadere aangifte van schulden.

In vele gevallen zal; het voor de aangevers weinig verschil maken of zij de verkorte memorie van art. 12 of de specifieke van art. 10 der successiewet opmaken en zal er alleen wat schrijfwerk door worden bespaard, daar voor beide memoriën het zuiver saldo op dezelfde wijze moet worden^ berekend.

De memorie van art. 12 is slechts dan toegelaten, wanneer de nalatenschap geheel wordt geërfd door afkomelingen van erflater en het zuiver saldo van ieders verkrijging niet meer dan ƒ 1000 bedraagt.

Met afkomelingen wordt voor deze memorie erflaters overblijvende echtgenoot gelijkgesteld, wanneer n.1. deze tegelijk met afkomelingen uit hun huwelijk erft.

Is de overblijvende echtgenoot eenige erfgenaam, hetzij met uitsluiting der aanwezige afstammelingen uit haar huwelijk met erflater of bij ontstentenis van zoodanige afkomelingen, dan moet zij eene volledige aangifte indienen.

Erft zij niet, doch ontvangt zij slechts een legaat, dan kan door de ervende afkomelingen van erflater c. g. met eene aangifte volgens art. 12 worden volstaan. (P.W. 5763.)

Erven de afkomelingen van erflater en de met deze gelijkgestelde echtgenoot slechts tengevolge van de verwerping door andere erfgenamen, dan kan van de verkorte aangifte geen gebruik worden gemaakt.

Sluiten