Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verg. voor periodieke uitkeeringen bladz. 133 en 134 letters p, q, en r.

(c) De berekening van de waarde eener periodieke uitkeering door erflater ingesteld, geschiedt op dezelfde wijze als wanneer deze met zoodanige uitkeering belaste goederen heeft nagelaten.

Deze waarde bedraagt voor de p. u. sub 3/100 x 13 = / 1300.—, en voor die sub 4 ƒ200x 15 = / 3000.—.

Zijn er meerdere genieters, dan is de waarde van de geheele p.u. gelijk aan de som der naar ieders leeftijd berekende aandeelen in de uitkeering.

Is eene p. u. besproken voor bepaalden tijd, dan wordt haar jaarlijksch bedrag vermenigvuldigd met het aantal jaren, dat zij zal duren, doch wordt iedere gulden berekend tegen eene mindere waarde op den voet als in de 2e tabel van art. 23 letter e is bepaald.

(d) Verg. voor vruchtgebruik en wat de Successiewet daaronder brengt bl. 128 letter (n.)

De Successiewet bepaalt voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik, de inkomsten van alle mogelijke zaken, ongeacht of zij in werkelijkheid meer of minder opbrengen, op 4 % van de waarde van den vollen eigendom dier zaken, op het tijdstip, waarop het genot aanvangt. — Het aldus verkregen bedrag der inkomsten per jaar, vermenigvuldigd met een zeker cijfer, afhankelijk van den leeftijd van dengenen van wiens leven het genot afhangt en aangewezen in de eerste tabel van art 23 letter e, geeft de waarde van het vruchtgebruik weer.

In casu zal dus aan het onder No. 5 gelegateerde vruchtgebruik eene waarde moeten toegekend worden van 4 % van / 5000.— x 15 of van / 3000.—.

Is het vruchtgebruik aan of ten behoeve van verschillende personen van onderscheiden leeftijd, levenslang bij opvolging besproken, dan is aanvankelijk

Sluiten