Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der comparatieve wetenschap. Aanvankelijk schijnt zij slechts te leiden tot nivelleering, inderdaad dwingt zij tot scherpere karakteriseering. Ook hier geldt: als de halfgoden verdwijnen, zijn de goden nabij. Aan den waan, dat Israël het eerst tot monotheïsme gekomen is, heeft liet vergelijkende onderzoek een einde gemaakt; doch de groote vraag is geenszins: of men tot monothéisme komt maar: hoe men ertoe komt. Monotheïstische neigingen doen zich op den duur in alle polytheïstische natuurgodsdiensten gelden zonder dat zij iets aan hun karakter veranderen. Dit monothéisme toch beteekent niets anders dan dat men ten gevolge van een juister inzicht in het w e r e 1 d v e r b a n d in plaats van vele machten ééne macht in het heelal aanneemt. Het wijst een vooruitgang in het denken aan en verder niets. Het monotheïsme van Israëls profeten daarentegen heeft niets te maken met speculaties over het wereldverband. Het is geboren uit de ervaring van Gods macht in hun binnenste. Hun god is de god der heilige ontroering over het zedelijk kwade en zijne macht reikt zoover, als hunne zedelijke ontroering reikt. Hij roept hen om aan Israël zijne overtredingen voor te houden en zijne macht is overweldigend. Wien hij gegrepen heeft, die moet gehoorzamen. Als de leeuw brult, vreest iedereen ; als Jahwe spreekt, moet men profeteeren. Jeremia heeft gepoogd aan de prediking te ontkomen, een brandend vuur in zijn binnenste heeft hem weer doen opspringen Jahwe gunt zijnen profeten geen rust, voordat Israël is omgeschapen tot een heilig volk. Maar de zedelijke ontroering kent geen grenzen. Al begint zij met Israël, zij eischt straks de gansche wereld voor den Heilige op. Hij stelt ook aan de heidenen zijne eischen. Hij wil ook daar het kwade en het kleine verteren. Voor de majesteit zijner heiligheid verdwijnen de goden der natiën. Ter verwezenlijking van zijnen wil beschikt hij over alles. In zijnen dienst staan de elementen. Hij „fluit" de mach-

Sluiten