Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons nog in menig artikel de vruchten brenge van uw helderen, frisschen geest

Mijne heeren studenten, al richt ik mij tot u in de laatste plaats, gij zult wel willen aannemen, dat gij voortaan eene zeer voorname plaats zult innemen in mijn leven. Ik hoop, dat tusschen ons een vertrouwelijke verhouding zal bestaan en dat gij nog iets anders in mij zult willen zien dan den leermeester alleen. Ik zou het op den hoogsten prijs stellen, als gij mij ook wildet beschouwen als den belangstellenden vriend. Het ambt, waarvoor gij u voorbereidt, heb ik gedurende vele jaren met groote liefde bekleed en het heeft mij geen geringe moeite gekost ervan te scheiden. Ik hoop, dat u straks moge blijken, dat het voor een docent goed is, als hij het leven in zijne verscheidenheid kent. Maar vergunt mij dan ook op grond eener twintigjarige praktijk te zeggen, dat gij om uwe toekomstige taak goed te vervullen den ruimen blik en het heldere inzicht zult moeten bezitten van den wetenschappelijken man. Ter wille van het werk, dat gij straks in de maatschappij zult hebben te doen, is het noodig, dat gij u hier met al uwe krachten aan de wetenschap geeft. Is dat het geval, dan zullen uit u zonder twijfel mannen voortkomen, die den roemrijken naam, welken de nederlandsche theologie in de wereld heeft, handhaven, maar bovenal zult gij het vertrouwen winnen der menschen, onder wie gij arbeiden wilt. Gij behoeft aan hen geen geleerdheid te brengen. Maar gij zult hun wel de overtuiging moeten schenken, dat achter uw, naar ik hoop, eenvoudige taal, soliede kennis verborgen is.

IK HEB GEZEGD.

Sluiten