Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig gekend, door menige onder hare oudere zusteren gewantrouwd of geminacht, had vooral in ons land, waar zij wel beschouwd pas haar intrede ging doen, het wel noodig in het licht gesteld en in haar ware wezen vertoond te worden. Tusschen 1865 en 1903 heeft hier eene volslagen omwenteling plaats gehad. I)e Indogermanistiek heeft de haar toekomende plaats in de wetenschap en in het hooger onderwijs communi consensu verkregen; de oude tweespalt tusschen pliilologie en linguistiek is door liet juiste inzicht in beider onmisbaarheid voor elkander gevolgd; op analoge wijze als reeds van den aanvang af bij germanisten, romanisten en slavisten, vestigt zich al meer en meer ook bij de klassieke philologen de overtuiging van het goed recht niet alleen, maar van de onvermijdelijke noodwendigheid van de vergelijkende en historische methoden voor liet verkrijgen van een juist inzicht in de Grieksche en in de Latijnsche taal, en van de noodzakelijkheid om behoorlijk rekening te houden met hetgeen de wetenschap leert omtrent den aard en het verloop van taalverschijnselen in het algemeen. Kortom, als een krachtig ferment heeft de nieuwere taalbeschouwing gewerkt. Waartoe 1111 nog op dit aanbeeld gehamerd, waar wij verkregen hebben wat wij wenschten?

Als tweede reden, waarom ik voor heden deze beschouwingen wil laten rusten, zou misschien mogen gelden dat ik zelf reeds' eenmaal in dien geest gesproken heb, bij gelegenheid van de aanvaarding van mijn kortstondig Amsterdamsch professoraat, vijftien jaar voordezen. Het non bis in idem is een gulden spreuk, ook buiten het gebied van het recht.

Laat ik dan liever uwe aandacht vragen voor eene korte

Sluiten