Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed als uitgesloten is en feitelijk nauwelijks kan voorkomen.

Megasthenes, die in de fragmenten, welke van zijn boek tot ons gekomen zijn, meer den indruk maakt van nauwkeurig weer te geven wat hij persoonlijk heeft waargenomen dan dat hij inheemsche theorieën zou hebben bestudeerd, hetzij rechtstreeks uit litteraire bronnen hetzij uit mededeelingen van deskundige inboorlingen, verdeelt de Indiërs in zeven klassen. Daarvan is de eerste die der <pdóoo(poi, de laatste de ambtenaarsstand 2). Uit het feit dat hij een afzonderlijken ambtenaarsstand aanneemt, mag men besluiten dat in zijne dagen, altans in het rijk van Candragupta, de ambtenaarswereld het karakter vertoonde van eene afgesloten klasse, een soort van tsjin, zooals men die tegenwoordig in Rusland heeft. Bij grooter theoretische kennis van Indische zaken zou hij hebben moeten weten dat zijn /légog r<> (tovhvov nal ovv edgevov, waaruit de ministers, de administrateurs en de rechters gekozen worden, deel uitmaakte van de brahmanen. Bij hem zijn de brahmanen uitsluitend <puóaoq>oi. Evenwel hij weet, dat niet allen, die een bespiegelend en ascetisch leven leiden, brahmanen zijn; want hij maakt onderscheid tussehen dezen en die hij Sarmanen (l'nniuivai) noemt. Deze laatsten zijn, daarover kan geen twijfel bestaan, dezelfden die in het Sanskrit rrumanas heeten en in de Indische, met name de Buddhistische litteratuur dikwijls voorkomen, vaak in tegenstelling tot de brahmanen, en toch weder met hen tot eene eenheid verbonden. Die

2) Zie. Diodorus Siculus II, 40 en 41. Juister oordeelde Nearchus bij Strabo XV, c. 66, ed. Meineke.

Sluiten