is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het resultaat der filosofie tot zoover was dus de verklaring van haar eigen onbekwaamheid. Toch zullen wij niet miskennen, dat aan een arbeid die duizenden jaren laug de beste hoofden bezig hield, wel iets positiefs ten grondslag ligt. En in der daad, de filosofie bezit een geschiedenis — een geschiedenis niet slechts in den zin van een reeks van mislukte proeven, maar ook een geschiedenis in den zin van levende ontwikkeling. Maar het is niet het onderwerp, niet het gezochte logische wereldsysteem, dat zich met haar ontwikkelt, maar de methode.

Iedere positieve wetenschap heeft een tastbaar objekt, een van buiten gegeven aanvang, een vooronderstelling, waarop zich haar kennis steunt. Aan iedere empirische wetenschap ligt een zinnelijk materiaal ten grondslag, een gegeven onderwerp, ten gevolge waarvan haar weten afhankelijk, onrein is. De snekulatieve filosofie zoekl een rein, totaal, absoluut weten. Zij wil zonder materiaal, zonder ervaring,—uit_heL_areine" verstand' kennen. Zij ontspringt uit net enthousiaste bewustzijn van de meerdere voortreffelijkheid der kennis "

SmpfrTscïïé zinnelijke ervaring! ~ZTT wïï^ riaarnm geheel en al boven deervarinffuit. tot een totale, reine kennis. Haar voorwerp is de waarheid, maar niet de bijzondere, niét" de waarheid van deze of gene zaak, maar de waarheid in het algemeen de waarheid ,,op zich zelf." De spekulatieve systemen zoeken naar een aanvang zonder vooronderstelling, naar een ontwijfelbaar zich zelf dragend standpunt, om van hier uit het in het algemeen ontwijfelbare vast te stellen. De systemen der spekulatie zijn volgens hun tigen bewustzijn volmaakte, afgeslotene, in zich zelf gegronde systemen. ftcilpr speknlatief systeem vond zijn oplossing in de volgendf: prke-twmg, /dat zijn totaliteit, zijn grondvesting in zichzélfTzijn zonder vooronderstelling bestaan, vermeend was, dat het zich als iedere andere kennis vjiö buiten af, empirisch heeft laten bepalen, dat het geen filosofisch systeem, maar eew relatieve empirische kennis is. De spekulatie 'floste zich ten slotte op in de wetenschap, dat het weten op zich zelf of in het algemeen onrein is, dat het orgaan der filosofie, het kenvermogen zonder gegeven begin niet beginnen kan, dat de wetenschap van de ervaring niet volstrekt, maar slechts in zoo ver de meerdere is, als zij talrijke ervaringen organiseeren kan, dat dus slechts in zoo ver een algemeene, objektieve kennis of waarheid „op zich zelf" het voorwerp van de filosofie zijn kan, als men uit meerdere gegeven bijzondere kennis of waarheden de kennis of waarheid in het algemeen karakteriseeren of kennen kan. Kort gezegd reduceert zich de filosofie tot de onfilosofische wetenschap van het empirische kenvermogen, tot de kritiek van het verstand.