Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de ondervinding van het onderscheid tusschen schijn en waarheid gaat de nieuwere, de bewuste spekulatie uit. Zij negeert iedere zinnelijke verschijning, om door geen schijn bedrogen, de waarheid door denken te vinden. In het verloop erkent de volgende filosoof iederen keer, dat de op die manier verkregen waarheden der voorgangers niet dat zijn, wat zij voorgeven te zijn; maar volgens hun positieven inhoud zich daartoe bepalen, de wetenschap van het kenvermogen, van het denkproces te hebben bevorderd. Door hare ontkenning der zinnelijkheid, door het streven, het denken vaïTal het zinnelijk gegevene, als het ware van, zijn natuurlijk ~omhuIsël~te scheiden, legde de filosofie~méer dan iecTere andere wetenschap de struktiiur van den geest bloot. Zoodat, hoe ouder zif* werd, hoe rnëër zij zich in geschiedkundig verloop ontwikkelde, des te klassieker, des te frappanter de_kem van haajU

~wérkvoor 5en ~5ag~~Ewam. Na herhaalde scheppingen van groote hersenschimmen, vond zij haar oplossing in de positieve kennis, dat het reine, filosofische, van iedsren gegeven inhoud afziende denken nok een denken zonder inhoud, gedachten zonder werkelijkheid,

hersenschimmen voortbrengt. Het proces der spekulatieve begoocheling en der wetenschappelijke ontgoocheling duurde voort tot in den nieuwsten tijd, waar eindelijk de oplossing der geheele vraag, de oplossing der spekulatie met de woorden van Feuerbach begint. „Mijn Jilosofie is geen filosofie".

De lange rede van den spekulatieven arbeid reduceert zich tot de kennis van het verstand, van de rede, van den geest, tot de onthulling van die geheimzinnige operaties, die wij denken noemen.

Het geheim van de manier, hoe de waarheden der kennis worden

voortgebracht, de onbekendheid met het feit7~dat "iéder denken ggn voorwerp, een vooropstelling noodig^hegft. wits de oorzaak vaji die s^kinaBéve^valing;~gfë^FTnhöud^van de geschiedenis der fiïosöÏÏT" is. Datzelfde geheim is tegenwoordig de oorzaak van die vele spekulatieve dwalingen en tegenstrijdigheden, die wij en passant in de woorden en werken van onze natuuronderzoekers tegenkomen. Het weten en kennen is daar ver gedijd, maar slechts zoo ver als men tastbare onderwerpen behandelt. Bij het een of andere thema van abstrakten aard, vinden wij in de plaats van „bewijzende feiten , „advokaatachtige doordrijving", omdat men, wanneer ook al in het bijzondere, wanneer pok al instinktief, toch niet in het algemeen, niet met bewustzijn, niet theoretisch weet, wat een feit, een slotsom, een regel, een waarheid is. De natuurwetenschappelijke resultaten hebben geleerd het instrument van het weten, den geest, instinktief te hanteeren. Maar de systematische kennis ontbreekt, die met

Sluiten