Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkzaamheid der beenen. Wij nemen het denken, den geest evenzoo zinnelijk waar, als wij den gang, als wij pijnen, als wij onze gevoelens zinnelijk waarnemen. Het denken is voor ons voelbaar als een subjektieve gebeurtenis, als een innerlijk proces.

Volgens zijn inhoud is dit proces verschillend ieder oogenblik en bij iedere persoonlijkheid, volgens zijn vorm blij ft het overal hetzelfde. Met andere woorden: Bij het denkproces onderscheiden wij, evenals bij alle processen, tusschen het bijzondere of konkrete en het algemeene of abstrakte. Het algemeene doel er van, van het denken, is de kennis. Wij zullen laten zien, hoe de eenvoudigste voorstelling, hoe ieder begrip, met de diepste kennis van een en hetzelfde wezen is.

Evenmin als er een denken, een kennis is zonder inhoud, evenmin bestaat er een denken zonder voorwerp, zonder iets anders, dat gedacht of gekend wordt. Denken is een arbeid en heeft als iedere andere arbeid een objekt noodig, waaraan het zich uit. Op den zin: ik doe, ik werk, ik denk, volgt de vraag naar inhoud en voorwerp: wat doet, wat werkt, wat denkt gij?

Iedere bepaalde voorstelling, ieder werkelijk denken is identiek met zijn inhoud, maar niet met zijn voorwerp. Mijn schrijftafel als inhoud van mijn gedachte is één met deze gedachte, onderscheidt zich niet van haar. Maar de schrijftafel buiten het hoofd is haar geheel en al van haar verschillend voorwerp. De inhoud is van het denken slechts als een gedeelte daarvan, als een akte van het denken in het algemeen te onderscheiden, terwijl het voorwerp kategorisch of wezenlijk verschillend is.

Wij onderscheiden tusschen denken en zijn. Wij onderscheiden het zinnelijke voorwerj>~\an zijn geestelijk begrip. Evenwel is toch ook de onzinnelijke voorstelling zinnelijk, materieel, d. w. z. werkelijk. Ik neem mijn schrijftafel-gedachte evenzoo materieel waar, als ik de schrijftafel zelf waarneem. Zeker, wanneer men slechts het tastbare materieel noemt, dan is de gedachte onmaterieel. Dan is echter ook de geur van de roos en de warmte van de kachel onmaterieel. Wij noemen misschien beter de gedachte zinnelijk. Of wanneer men ons dan tegenwerpen wil, dat dat een misbruik van het woord is, omdat de taal zinnelijke en geestelijke dingen streng scheidt, dan doen wij ook afstand van dit woord, en noemen haar werkelijk. De geest is werkelijk, evenzoo werkelijk, als de tastbare tafel, als het zichtbare licht, als de hoorbare toon. Niettegenstaande de gedachte zich van deze dingen wel onderscheidt, heeft zij toch zooveel gemeen met hen, dat ze werkelijk is, is als andere dingen. De geest is niet verder van de tafel, van het licht, van den toon verschillend, als deze dingen onderling verschillend zijn. Wij loochenen niet het

Sluiten