Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij objekten zien, hooren, voelen, denken en niet iets subjektiefs, zullen wij later zien.

Doormiddel van het denken bezitten wij volgens vermogen (potentieel) (jejieele w^fdd dubbel: buiten in de werkelii kheid.^W» m de gedachte, Jn_de_ïQQrstelling. HierbjTis het gemakkelijk 7e zien, dat het met de dingen in de wereld anders geschapen staat, dan met de dingen in het hoofd. In optima forma, in hun natuurlijke uitbreiding kunnen zij er niet in. Het hoofd neemt niet de dingen zelf, maar slechts hun begrippen, hun voorstelling, hun algemeene vorm op. De voorgestelde, gedachte boom is steeds slechts een algemeene. De werkelijke boom is een boom als geen andere. En wanneer ik ook al dezen bijzonderen boom in mijn hoofd neem, onderscheidt zich de innerlijke altijd nog van den uiterlijken, als het algemeene zich van het bijzondere onderscheidt.

De oneindige menigvuldigheid der dingen, de ontelbare rijkdom hunner eigenschappen heeft geen ruimte in het hoofd.

„De wereld, die daarbuiten gemeten wordt", de verschijnselen der natuur en des levens worden wij in tweevoudigen, in konkreten, zinnelijken, menigvuldigen en in abstrakten, geestelijken, enkelvoudigen vorm gewaar. Voor onze zinnen is de wereld een menigvuldig ding. Het hoofd vat haar samen als eenheid. En wat van de wereld geldt, geldt van ieder bijzonder deel. Een zinnelijke eenheid is een onding. Ook het atoom van een waterdropje of het atoom van een chemisch element is, voor zoover het werkelijk is, deelbaar en in zijn deelen ongelijk, menigvuldig. A is niet R. Maar het begrip, het denkvermogen maakt uit ieder zinnelijk deel een abstrakt geheel en begrijpt ieder zinnelijk geheel als gedeelte der abstrakte wereldeenheid. Om die dingen geheel en al te nemen, moeten wij ze praktisch en theoretisch, met hoofd en zin, met lichaam en geest aangrijpen. Met het lichaam kunnen wij slechts het lichamelijke, met den geest slechts het geestelijke grijpen. Dus ook de dingen hezittpn greoat De^geest is_ dingglijj^ en_de_dingen~zijn geestelijk. Geest en dingen 2^U"-slechts_in_reIaties_werkelijk.

"Kunnen wij de' dingen zien? Neen, wij zien slechts de werking van de dingen op onze oogen. Wij proeven niet den azijn, maar de relatie van den azijn tot onze tong. Het produkt is de gewaarwording der zuurheid. De azijn is slechts tegenover de tong werkend zuur, tegenover ijzer werkt hij oplossend. Tegenover kou wordt hij vast, tegenover warmte vloeibaar. En hij werkt zoo verschillend, als de objekten verschillend zijn, waarmee hij in ruimte en tijd relaties aangaat. Azijn verschijnt, als alle andere dingen zonder uitzondering verschijnen; maar nooit als azijn aan en op zichzelf, maar altijd

Sluiten