Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dient het denken als voorwerp, door middel waarvan het het begrip van den gang als inhoud bezit. Dat het begrip van het een of andere zinnelijke objekt vader en moeder heeft, dat het voortgebracht is door ons denken, door middel van het waargenomen voorwerp, is gemakkelijker te begrijpen, is in het oog vallender, dan de drievuldigheid, die bestaat, wanneer ons tegenwoordig denken, uit de ervaring van zich zelf, zijn eigen begrip als produkt voortbrengt. Hier schijnt het als of wij ons in een kring bewegen. Voorwerp, jnhoud. en werkzaamheid valt schijnbaar—saarett. De rede blijft bij zich: zij dient zich zelf als voorwerp en neemt daarvan haar inhoud. Maar daarom blijft het onderscheid, wanneer ook al minder openbaar, toch niet minder waar, dan ergens anders. Wat de waarheid verbergt, is de gewoonte, het zinnelijke en geestelijke als heterogene, absoluut verschillende dingen aan te zien. De noodzakelijkheid der onderscheiding dwingt overal, tusschen de zinnelijke objekten en hun geestelijke begrippen te onderscheiden, /^ij dwingt ons datzelfde _te doen bij het begripsvermogen zelf, en zoo wordenwijgertoodzaakt een~ob]ekt zinnelijk te noemen, dat den aaam ,,geest" draagt^Zulk een dubbelzinnigheid der terminologie is wel in geen wetenschapgeheel en al te verwijderen. De lezer, die geen woordenzifter is, maar den zin zoekt, zal begrijpen, dat het onderscheid tusschen zijn en denken ook bij het kenvermogen geldt, dat het faktum van het kennen, begrijpen, denken enz. verschillend is van het begrip van dit faktum. En omdat ook het laatste, het begrip wederom een faktum is, zal het geoorloofd zijn, al het geestelijke faktisch of ,,zin/J nelijk" te noemen.

' De rede öThëF denkvermogen is dus geen mystiek objekt, dat de enkele gedachte produceerde. Omgekeerd, het feit van enkele, ondervonden gedachten vormt het objekt, dat in kontakt met een hersendaad het Redebegrip voortbrengt. De rede heeft, als__^ alle dingen, waar wij_yan_ weten, een dubbel bestaan! het eene in

de verschijning of ervaring, het andere in het wezen of begrip. Het_

"begrip van TTét een of andere objekt vooronderstelt zijn ervaring,_ niet minder het begrip der denkkracht. Omdat echter rlr mennoh per se denkt, heeft iedereen ook deze-„ervaring per se opgedaan. ,

Wij zijn bij een onderwerp aangekomen, waar de spekulatieve methode, die haar kennis zonder ervaring, uit de diepte van den geest voortbrengen wil, heimelijk, door de zinnelijke natuur van het objekt, tot induktieve methode wordt, en waar omgekeerd, de induktie, die besluiten, begrippen, kennis slechts door middel van ervaring voortbrengen wil, door de gelijktijdig geestelijke natuur van haar objekt tot spekulatie wordt. Het geldt hier door

Sluiten