Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zijn wetenschappelijke analyse overal uit het zinnelijke, bijzondere, konkrete, het abstrakte of algemeene ontwikkelt, zoo is dat met andere woorden: Het gemeenschappelijke van alle aparte denkdaden is daarin gevonden, dat zij in hun voorwerpen, die in zinnelijke lichamelijkheid menigvuldig verschijnen, het algemeene, de generale eenheid opzoeken. Het algemeene, waarin de verschillende dieren, de verschillende lichtverschijnselen op elkaar lijken, vormt het element waaruit het algemeene begrip dier en licht is samengesteld. Het algemeene is de inhoud van alle begrippen, van alle kennis, van alle wetenschap, van alle denkdaden. Dus geeft de analyse van het denkvermogen het laatste als bekwaamheid, om uit het bijzondere het algemeene te zoeken. Het oog onderzoekt het zichtbare; het oor neemt het hoorbare en onze hersenen het algemeene. dat is het weet- of kenbare waar.

Wij* hebben gezien, hoe het denken, evenals iedere andere werkzaamheid, een voorwerp noodig heeft; hoe het verder onbeperkt is in de keuze van zijn voorwerpen, hoe onbeperkt alles tot een objekt van het denken worden kan; hoe vervolgens deze objekten in de zinnelijkheid menigvuldig verschijnen en nu het werk van het denken daarin bestaat, om deze verschijnselen door het extraheere» van hun gelijkenis, van hun gelijkgeaardheid of algemeenheid in eenvoudige begrippen te veranderen. Wenden wij nu deze erkende ervaring of ervaren kennis van de algemeene methode van het denkvermogen op onze opgaaf aan, dan is het duidelijk, dat daarmee de oplossing gegeven is, omdat juist slechts de algemeene methode van het denkvermogen gezocht werd.

Wanneer de ontwikkeling van het algemeene uit het bijzondere de algemeene methode, de manier in het algemeen is, waarmee de rede kennis aan het licht brengt, dan is daarmee de rede volkomen erkend, als de bekwaamheid om uit het bijzondere het algemeene te nemen.

Denken is een lichamelijk werk, dat evenmin als eenig ander werk zijn of werken kan zonder materiaal. Om te denken h^h ilr ,een stof noodig<_die zich denken laat. Deze stof is gegeven in de verschijnselen van de natuur en van het leven. Zij zijn het, die wij het bijzondere noemen. _ Wanneer nu straks het heelal of alles objekt van het denken genoemd werd, dan beteekent dat nu, de stof van den denkarbeid, het voorwerp van het verstand is oneindig, oneindig in de kwantiteit en onbeperkt in de kwaliteit. De stof, die ons denkvermogen als materiaal dient, is zoo oneindig als de'ruimte, zoo eeuwig als de tijd en zoo absoluut menigvuldig, als de inhoud dezer beide vormen. Het denkvermogen is in zoover een universeel vermogen als het met alles, met alle stoffen, met alle dingen, met

Sluiten