Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle verschijnselen verbindingen aangaat, d. w. z. gedachten voortbrengt Het absolute is het echter niet, omdat het tot het zijn tot het werken de wereld der verschijning, de matene vooronderstelt De materie is de grens van den geest; hij_kanmet over haar hee^ Zij geett hem den achtergrond voor z.jn belichting, maar zij gaat niet op in de belichting, fieest is een prod^de^ater.g materie is echter meer dan een.produkt van den geest, z,j komt ^Tnog door de vijf zinnen tot ons, zij is gelijktijdig product yan, rkz Paukten, die aan onsdtg, _

"^in en geest tegelijk geo^aaj^ord^n, noemen wq iva fceajke^

nhirhtnur nrodukten, ainger "r

Fen waarachtig, werkelijk dEg» nTf verstand slechts in zoover als het zinnelijk is. De zinnelijke werking van het verstand openbaart zich zoowel in het hoofd van den mensch, alsook objektief in de buitenwereld. Of zijn de werkingen niet tastbaar, waarmee verstand natuur en leven vervormt? Wij«en de uitkomsten der wetenschap en grijpen ze met handen. Weliswaar kan het \

of het verstand niValleen uit zichzelf deze^materieele werkingen produceeren. De wereld der zinnelijkheid, de uiterlijke objektei moeten daartoe gegeven zijn. Maar welk ding werkt ook op en voor zichzelf"? Opdat het licht schijnt, opdat de zon warmte gee en zijn cirkelloop volvoert, moeten ruimte en andere dingen gegeven zijn,' die zich beschijnen, verwarmen, doorloopen laten. Voordat mijn tafel kleur heeft, moet licht en oog gegeven zijn, en alles wat zij verder is, is zij slechts in kontakt met iets anders, en even zoo menigvuldig is haar wezen, als deze kontakten, als deze relatie, menigvuldig zijn. Dat wil zeggen, de wereld bestaat slechts in verband Een diig uit het verband gerukt, houdt op te bestaan He ding is slechts voor zichzelf, terwijl het voor andere is, terwijl he

werkt of verschijnt. . ,

Wanneer wij al» „ding op zichzelf, de wereld nemen, dan .shet

gemakkelijk te begrijpen, dat de wereld „op z.chzelf en de wereld, "ooals zij ons vemhijut, de verschijnselen van de wereld, met meer verschillen, dan he. geheel en zijn gedeelte De wen^

is „iets anders dan de som van haar verschijnselen. Evenzoo staat het met dat deel van het wereldverschijnsel dat w,, verstand, „eest denkvermogen noemen. Ofschoon wij het denkvermogen van zijn verschijnselen of werkingen onderscheiden, is het denkvermogen lip zichzelf, de „reine" rede toch slechts » * ~

verschijnselen «Mijt voorhanden. Het z.en ,s het ^ame'.jke bestaan van he. gezichtsvermogen. Wij b«z,«en he. geheeslech. door middel van zijn deelen, ... evenals alle dmgen, ook onze rede

Sluiten