Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts door middel van haar werkingen, door middel van de enkele gedachten. Zooals gezegd, niet het denkvermogen is het tijdelijk eerste, het gaat niet aan de gedachte vooraf. Omgekeerd, de aan zinnelijke objekten voortgebrachte gedachten dienen als materiaal, waaraan het begrip van het denkvermogen voortgebracht wordt. Evenals ons het begrip der wereldbeweging geleerd heeft, dat niét de zon om de aarde draait, zoo leeTTons het begnj^yan het Hat nierTiet denkvermogen de gedachten vormt, maar d^-^^mgekeerdTTlia^gïEélp^ gedachten het_begrip denkvermogen gevormd_wordt — dat dus, evenals het gezichtsvermogen door de ?orn van onze gezichten, "ook het "denkvermogen slechts als geza — „ menliike som van onze gedachten praktisch bestaat.

" Deze gedachten, het praktische verstand, dienen als materiaal waaruit onze hersenen het reine verstand als begrip voortbrengen. Het verstand is in de praktijk noodzakelijk onrein, d. w. z. houdt zich met het een of andere bijzondere objekt bezig. Het reine verstand, het verstand zonder bijzonderen inhoud kan niets anders zijn, dan het algemeene der bijzondere verstanddaden. Dit algemeene bezitten wij dubbel: onrein, praktisch of konkreet, als som van de werkelijke verschijnselen, en rein, theoretisch, of abstrakt, in het begrip. 1 let \er-^ schijnsel van het verstand onderscheidt zich van he^vsigtand oj)^

zich zelf, als zich _rlp dieren jies levens, oer zinneujKe wcik.ciijr.hciu van het begrio van het diermKST" alsJtuiLLii uudu.süiuideil.

Aaiï~ iedere w^kelijke "daad vanlTet vermand uf VW~4sJ<ennis dient een ander werkelijk verschijnsel als voorwerp, hetwelk, in over eenstemming met de natuur van al het werkelijke, veelvuldig of menigvuldig is. Uit dit veelvuldig geaarde voorwerp trekt het denkvermogen het gelijksoortige of algemeene naar buiten. De muis en de olifant verliezen hun verschil in het gelijksoortige, algemeene begrip dier. Het begrip omvat het vele tot eenheid, ontwikkelt uit het bijzondere het algemeene. Omdat nu begrijpen het gemeenschappelijke of algemeene van al de daden van het verstand uitmaakt, zoo vindt men daarin de bevestiging, dat het verstand in het algemeen, of het algemeene zijn van het denk- en kenvermogen daarin bestaat, om uit het een of andere gegeven, werkelijk, zinnelijk verschijnsel, het wezen, het algemeene of gemeenschappelijke, het geestelijke of generale te abstraheeren.

^ i . J • J. 7./-VA <-»W>i wprtpn L'an

Umdat net versiana mei wt/Ktiy*. «yn, «1^

zonder object, begrijpt men, dat wij het „reine" verstand, het verstand „op zich zelf' slechts kunnen kennen uit zijn praktijk. Evenmin i.vu* nncr k-iinnen vinden, evenmin konden wij

clir> WIJ lltl 1IWIU —

het verstand vinden, zonder de voorwerpen, waarmee het zich in kontakt

3

Sluiten