Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap, die een objekt, b.v. de warmte begeert te kennen, wil niet het verschijnsel, wil niet hooren of zien, hoe de warmte hier ijzer, daar was smelt, dan pijn en dan wel doet, eieren stijf en ijs vloeibaar maakt, hoe animale warmte, zonne- en kachelwarmte verschillend zijn. Dat alles zijn tegenover het denkvermogen slechts werkingen, verschijnselen, eigenschappen. Het denkvermogen wil de zaak, het wezen, d. w. z. van het geziene, gehoorde, gevoelde slechts de sumviaire, algemeene wet, een kort wetenschappelijk uittreksel. De wezens der dingen kunnen geen praktische zinnelijke voorwerpen zijn. De wezens der dingen zijn voorwerpen van de theorie, van de wetenschap, van het denkvermogen. De kennis van de warmte bestaat daarin, dat wij aan de warm genaamde verschijnselen het gemeenschappelijke, het wezen of de waarheid gewaar worden. Het wezen van de warmte bestaat praktisch in den vorm van haar verschijnselen, theoretisch in haar begrip en wetenschappelijk in de analyse van dit begrip. i Het begrip van de warmte analyseeren, is, het algemeene van^ 'de warmte-verschijnselen ontdekken.

Het algemeene is het ware zijn, de algemeene eigenschap is de ware eigenschap van een zaak. Wij bepalen den regen waarachtiger als nat, dan als vruchtbaar, omdat hij uitgebreider, algemeener nat maakt, en slechts af en toe, hier of daar vruchtbaar werkt.

Mijn ware is mijn standvastige vriend, die mij gedurende het leven, gisteren evenals ook morgen, algemeen vriendelijk gezind is. Wel is waar mogen wij niet aan een geheel algemeene, aan een absolute vriendschap gelooven, evenmin als aan de een of .Andere andere absolute waarheid. Geheel waar, geheel algemeen is slechts het zijn in het algemeen, het heelal, de absolute kwantiteit. De werkelijke wereld daarentegen is absoluut relatief, absoluut vergankelijk,'oneindig schijnbaar, een onbegrensde kwaliteit. Alle waarheden zijn slechts bestanddeelen van deze wereld, deelwaarheden. Schijn en waarheid gaan evenals hard en zacht, evenals goed en kwaad, als recht en onrecht, dialektisch in elkaar over, zonder dat daardoor hun onderscheid vervalt. Ook al weet ik, dat er geen „op zich zelf" vruchtbare regen, geen ,,op zich zelf" ware vriend bestaat, mag ik daarom toch een regen in betrekking tot bepaalde zaden vruchtbaar noemen, en onder mijn vrienden de meer of minder ware onderscheiden.

Het algemeene is de waarheid. Het algemeen*» is dat, wat algemeen is, d. w. z. bestaan, zinnelijkheid. Zijn is het algemeene kenteeken der waarheid, omdat het algemeene de waarheid kenteekent. Nu bestaat echter het zijn niet in het algemeen, d. w. z. het algemeene bestaat in de werkelijkheid of zinnelijkheid slechts op een bijzondere manier. De zinnelijkheid heeft haar waar zinnelijk bestaan in de

Sluiten