Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vluchtige veelvormige verschijnselen van de natuur en van het leven. Derhalve blijken alle verschijnselen te zijn relatieve waarheden, alle waarheden bijzondere tijdelijke verschijnselen. De verschijning van de praktijk is een waarheid in de theorie, en omgekeerd, de waarheid van de theorie verschijnt in de praktijk. Tegenstellingen worden door elkaar over en weer bedongen : Waarheid en dwaling zijn evenals zijn en schijn, als dood en leven, als licht en donker, als alle dingen der wereld, slechts komparatief, slechts volgens maat, volgens volume of graad verschillend. Zooals van zelf spreekt, zijn toch alle dingen van de wereld wereldsch. dus van één stof, van één wezen, van één soort, van één kwaliteit. Met andere woorden:

/Ieder volume van minnelijken schijn vormt in kontakt met het menschelijke denkvermogen een wezen, een waarheid, iets algemeens. Voor het bewustzijn is de stofXwvr/ even zoo goed als de stofwolk, als iedere grootcre massa van de een of andere aarden menigvuldigheid,eenerzijds een wezenlijk „ding op zich zelf" en anderzijds toch slechts een voorbijgaande schijn van het absolute objekt, van het heelal. Binnen dit heelal worden de verschillende verschijnselen door middel van onzen geest willekeurig volgens doeleinden gesystematiseerd of gegeneraliseerd. Het chemische element, zoowel als de organische cel is een even veelzijdig systeem, als het geheele plantenrijk. Het kleinste zoowel als het grootste wezen wordt in individuen, soorten, families, klassen enz. verdeeld. Dit systematiseeren, dit generaliseeren, deze voortbrenging van wezens wordt opwaarts voortgezet, tot in de oneindigheid van het geheel, afwaarts tot in de oneindigheid der deelen. Tegenover het denkvermogen worden alle eigenschappen tot wezenlijke dingen, alle dingen tot relatieve eigenschappen.

Ieder ding, iedere zinnelijke verschijning, hoe subjektief, hoe ephemeer ook, is 'waar, is een kleiner of grooter kwantum van de waarheid. Met andere woorden: de waarheid bestaat niet slechts in het algemeene zijn, maar ieder bijzonder zijn heeft ook zijn bijzondere algemeenheid of waarheid. Ieder voorwerp, zoowel de meest vluchtige gedachte als de aetherische geur, als de tastbare materie, is een kwantum van menigvuldige verschijning. Het denkvermogen maakt uit de menigvuldigheid één kwantum, wordt in verschillende dingen het gelijke, in vele het eene gewaar. Geest en materie hebben ten minste dat gemeenschappelijk dat sij zijn. De organische natuur stemt tenminste

i met de anorganische daarin overeen, dat zij materieel is. Zeker ziin

de mensch, de aap, de olifant, en het aan de kluit vastgegroeide plantendier toto genere verschillend, maar desniettegenstaande vereenigen wij een nog grootere verscheidenheid onder het begrip van het organisme. Hoe verschillend ook een steen van een menschelijk

Sluiten