Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem niet voorgezegd werd. Wanneer bij verhit bloed of uitwendigen druk het oog bliksemschichten of lichtende kringen ziet, dan zijn dat evenmin dwalingen, als wanneer het het een of andere andere verschijnsel van de buitenwereld waarneemt. De dwaling begaat ons bewustzijn, wanneer het zulke subjektieve gebeurtenissen a priori voor objektieve lichamen aanziet. De geestenziener dwaalt eerst, wanneer hij zijn persoonlijke gezichten voor gezichten in hef algemeen, als algemeen verschijnsel voorstelt, voorbarig als ervaring uitgeeft, wat hij niet ervaren heeft. De dwaling is een vergrijp tegen de wet der waarheid, die aan ons bewustzijn voorschrijft, dat het zich de vooronderstelling moet herinneren, op grond waarvan, dat het zich van de grenzen bewust moet zijn, binnen welke een kennis waar, d. w. z. algemeen is. De dwaling maakt het bijzondere tot het algemeene, het praedikaat tot subjekt, de verschijning tot de zaak. De dwaling kent a priori, de waarheid, de tegenstelling van de dwaling kent daarentegen a posteriori. ( k . -U-

De beide soorten van kennis, kennis a priori en kennis a posteriori, staan tot elkaar gelijk filosofie en natuurwetenschap, het laatste in den ruimsten zin van het woord, als wetenschap in het algemeen. De tegenstelling van gelooven en weten herhaalt zich in de tegenstelling van filosofie en natuurwetenschap. De spekulatieve wetenschap leefde, evenals de godsdienst, in het element van het geloof. De moderne wereld heeft het geloof in wetenschap verkeerd. Wanneer de heeren der politieke reaktie een omkeering in de wetenschap verlangen, dan wordt daarmee de terugkeer tot het geloof gemeend. De inhoud van het geloof is een acquisiet zonder moeite. Het geloof kent a priori. De wetenschap is een arbeid, een a posteriori verkregen kennis. Het geloof opgeven, is de luiheid opgeven. De wetenschap tot de kennis a posteriori beperken, is haar met het karakteristieke teeken van den modernen tijd, met den arbeid, tooien.

Het is geen natuurwetenschappelijk resultaat, het is een filosofische slechte gewoonte, dat Schleiden aan de kleurige verschijnselen des lichts werkelijkheid en waarheid ontzegt, ze fastasmagorieën noemt, door den geest vrij geschapen. Het bijgeloof aan de filosofische spekulatie doet hem de wetenschappelijke methode der induktie miskennen, wanneer hij „golvingen, die in rustelooze opeenvolging met een snelheid van 40.000 mijlen in de sekonde door den aether jagen" als de werkelijke ware natuur van licht en kleur tegenover de kleurige verschijnselen van het licht zet. Het verkeerde wordt handtastbaar, wanneer het de lichamelijke wereld van de oogen een „schepping van den geest" en de door de „scherpzinnigheid der

4

Sluiten