is toegevoegd aan je favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich als oorzaak van deze zijne werking slechts in zoover, als hij een algcmeenere werking is, die hier ruischt, daar stuift, hier zoo, daar weer anders handelt, speciaal de boomen schudt. De wind is hier slechts in zoover oorzaak, als zijne verschijning in het algemeen aan de beweging van het bosch vooraf gaat. Omdat echter omgekeerd de vastheid van de rotsen en muren aan den wind in het algemeen vooraf gaat, is zij de oorzaak van hun standvastigheid; ofschoon in een wijderen kring van stormverschijnselen, ook de zwakke wind aan de bestendigheid van de genoemde objekten tot oorzaak wordt.

De kwantiteit of het aantal van het gegevene verandert den naam van de oorzaak. Wanneer het een of andere gezelschap van een wandeling moe terugkomt, dan is aan de gebeurde verandering de gang niet meer oorzaak, dan de zwakkelingen, die haar gemaakt hebben. D. w. z. de verschijning heeft op zich zelf geen van de verschijning afgescheiden oorzaak. Alles, wat bij de verschijning verschenen is, heeft tot de verschijning meegewerkt: zoowel de aard en de toestand, de konstitutie van de wandelaars, als de aard en de toestand van de wandeling of van den weg. Wanneer het nochthans aan het verstand tot taak gesteld is, om de oorzaak van deze verandering in het bijzondere te bepalen, dan wordt daarmee slechts geëischt van de faktoren diengene op te sporen, die het meest tot de vermoeienis bijgedragen heeft. Evenals in het algemeen, zoo zal ook bij dit onderhavige voorbeeld de arbeid van het verstand in de ontwikkeling van het algemeene uit het bijzondere bestaan, speciaal: uit het gegeven aantal van vermoeienissen, dat er uit te tellen, wat in het algemeen aan de vermoeienis voorafgaat. Daar, waar de meesten of wel allen zich vermoeid voelen, zal de wandeling, daar, waar slechts een enkele de vermoeidheid voelt, zal de zwakke constitutie van den wandelaar de zaak of de oorzaak zijn, die aari het verschijnsel in het algemeen voorafgaat.

Wanneer, om een ander voorbeeld te kiezen, het schot de vogels opjaagt, is dat een gezamenlijke werking van schot en schrikachtigheid. Bij het wegvliegen van de meerderheid zal het schot, bij het wegvliegen van de minderheid de schrikachtigheid oorzaak heeten.

Werkingen zijn gevolgen. Omdat nu in de natuur alles op elkaar volgt, alles een voorganger heeft of gevolg is, mogen wij het natuurlijke, zinnelijke, werkelijke, absolute werking noemen, waar op zieh zelf nergens een oorzaak te vinden is, hetzij dan dat ons denkvermogen dit gegeven materiaal door de opsporing van oorzaken systematiseert. Oorzaken zijn geestelijke algemeenheden van zinnelijke veranderingen. De vermeende verhouding van oorzaak en