Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlucht". In de overwinning van de menigvuldigheid, in het opklimmen tot het universeele, algemeene, bestaat, wat vol hartstocht de godsdienst tegenover het aardsche, de wetenschap tegenover het materieele als iets hoogers, goddelijks, geestelijks zet.

De voornamere geestelijke zijn van de materieele belangen niet toto genere, niet kwalitatief verschillend. De positieve kant van het moderne idealisme bestaat niet daarin, eten en drinken, de lust naar aardsche goederen en naar het vrouwelijke geslacht in den ban te doen maar naast deze ook nog andere materieele genoegens, b. v. die van het oor en van het oog, van de kunst en van de wetenschap, kortom, den geheelen mensch te laten gelden. Gij zult niet den materieelen roes van den hartstocht dienen, d. w. z. gij zult niet de eenzijdige lust, maar uw algemeen bestaan, uwe geheele ontwikkeling voor oogen hebben, op uw bestaan in zijn totale universeele uitbreiding bedacht zijn. Daarin is het materialistische principe ontoereikend, dat het het onderscheid tusschen het bijzondere en algemeene niet erkent, het individueele met het universeele gelijk stelt. Het wil de kivantitatieve meerderheid, de genialiteit van den geest over de lichamelijke wereld der zinnen niet toegeven. Het idealisme anderzijds vergeet voor het kwantitatieve onderscheid de kwalitatieve eenheid. Het is overspannen, maakt de relatieve scheiding tot een absolute. De tegenspraak der beide partijen draait om de verkeerd begrepen verhouding van ons verstand tot zijn gegeven objekt of materiaal. De idealist ziet de bron van de kennis in het verstand alleen, de materialist in de zinnelijk gegeven wereld. Tot de bemiddeling van de tegenstrijdigheid heeft men slechts het inzicht noodig in de wederzijdsche voorwaarden van deze twee bronnen van kennis. Het idealisme ziet slechts de verscheidenheid, het materialisme slechts de eenheid van lichaam en geest, van verschijning en wezen, van inhoud en vorm, van stof en kracht, van het zinnelijke en het zedelijke — alles verschillen, die in het eene onderscheid van het bijzondere en algemeene hun gemeenschappelijke soort vinden.

Konsekwente materialisten zijn zuivere praktici zonder wetenschap. Omdat echter het weten of denken den mensch, zonder consideratie van zijn partijbewustzijn feitelijk gegeven is, zijn de pure praktici onmogelijk. Zooals gezegd, de geringste „experimenteerkunst", die op grond van ervaren regelen handelt, verschilt van de wetenschappelijke praktijk, die op theoretische grondstellingen staat, slechts volgens het kwantum of den graad. Aan de andere kant zijn konsekii'ente idealisten even onmogelijk, als pure praktici. Zij willen het algemeene zonder het bijzondere, den geest zonder materie, kracht zonder stof, wetenschap zonder ervaring of materiaal, het absolute zonder het relatieve. Hoe

Sluiten