is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden denkers, die de waarheid, het zijn of relatieve tot voorwerp hebben, d. w. z. natuuronderzoekers, idealisten kunnen zijn r Zij zijn het slechts buiten, nooit in hun vak. De moderne geest, de geest der natuurwetenschap is slechts in zoover onmaterieel, als hij het alle materïéen omvattende is. De astronoom Miidler vindt wel de algemeene verwachting, die op een wezenlijke stijging onzer geestelijke krachten na hunne „bevrijding uit de banden der materie" hoopt, zoo weinig belachelijk, dat hij gelooft, er niets beters voor in de plaats te kunnen geven en meent de ..banden der materie" als materieele attractie nader bepaald te hebben. Zeker, daar waar men onder geest zich nog een godsdienstig spooksel voorstelt, is de verwachting die door de bevrijding uit de banden der materie een versterking van hem hoopt, minder belachelijk dan treurig te vinden. Wanneer geest echter den modernen geest der wetenschap, het denkvermogen der menschen moet beteekenen, dan hebben wij voor het geloof Atv overlevering het betere van een wetenschappelijke verklaring in de plaats te stellen. Onder de banden der materie moet men niet de zwaartekracht, maar de menigvuldigheid van de zinnelijke verschijning verstaan, de materie is voor den geest niet langer „banden", als haar veel- of menigvuldigheid overwonnen is. In de ontwikkeling van het algemeene uit het bijzondere bestaat de verlossing van den geest uit de banden der materie.

c. Kracht en Stof.

Wie onze hoofdleer, die weder op te helderen is, tot hiertoe gevolgd heeft, zal vooruit begrijpen, dat de kracht- en stofvraag haar opsporing of oplossing vindt in het inzicht in de verhouding van het algemeene tot het bijzondere. Hoe verhoudt zich het abstrakte tot het konkrete? zoo staat met andere woorden het gemeenschappelijke probleem eenerzijds van diegenen, die in spiritueele kracht en anderzijds van diegenen, die in materieele stof de impulsie der wereld, het wezen der dingen, het non plus ultra der wetenschap gelooven te vinden.

Liebig, die er bijzonder veel van houdt, van zijn induktieve wetenschap naar de spekulatie af te dwalen, zegt, in den zin van het idealisme : „de kracht laat zich niet zien, wij kunnen haar met onze handen niet pakken; om haar in haar wezen en in haar eigenaardigheid te kennen, moeten wij hare werkingen onderzoeken." Wanneer de materialist daarop antwoordt: ,,Stof is kracht, kracht is stof, geen stof zonder kracht, geen kracht zonder stof," dan bepalen klaarblijkelijk beiden de verhouding slechts negatief. Op kermissen vraagt de patroon aan Harlekijn: Harlekijn, waar ben je geweest ? — Bij de anderen. — Waar waren de anderen ? — Bij mij. — Zooals