Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstand erkent. Wanneer het verstand van een tijd, klasse of persoon verstandig heet, waarvan ergens anders het tegendeel erkend wordt, wanneer de Russische edelman de lijfeigenschap en de Engelsche bourgeois de vrijheid van zijn arbeiders een verstandige instelling noemt, dan is geen van beiden kortweg, maar ieder slechts relatief, slechts in zijn meer of minder beperkten kring verstandig.

Dat hierdoor aan de hooge beteekenis van ons verstand niets ontzegd wordt, kan een overbodige verzekering zijn. Wanneer het verstand ook de voorwerpen van het spekulatieve onderzoek, de objekten der moreele wereld, het ware, schoone, rechte, slechte, verstandige enz., niet absoluut, niet zelfstandig ontdekken kan, dan kan het toch met behulp van de zinnelijk gegeven verhoudingen, relatief, het algemeene en het bijzondere, zijn en schijn, noodzakelijke behoeften en weelderige lusten wel weten te onderscheiden. Ook dan wanneer wij het geloof aan het verstandige-op-zich-zelf afleggen, en als gevolg daarvan geen absolute vrienden van den vrede zijn, kunnen wij toch den oorlog met betrekking tot de vredelievende belangen van onzen tijd of burgerij een heilloos kwaad noemen. Kerst dan, wanneer wij de vergeefsche ontdekkingsreis naar de waarheid in het algemeen staken, zullen wij het ruimtelijk en tijdelijk ware weten te vinden, luist het bewustzijn van de slechts relatieve geldigheid onzer kennis is de krachtigste hefboom van den vooruitgang. De geloovigen aan de absolute waarheid bezitten in hun beschouwing het eentonige schema van fatsoenlijke menschen enverstandigeinstellingen. Zij verzetten zich derhalve tegen alle menschelijke en geschiedkundige vormen, die niet bij hun regel passen en die toch de werkelijkheid zonder consideratie voor hun hersens te voorschijn brengt. De absolute wraarheid is de eerste grond voor alle onverdraagzaamheid. Omgekeerd wordt de verdraagzaamheid geschapen uit het bewustzijn van de beperkte geldigheid der „eeuwige waarheden". Het begrip van het reine verstand, d. w. z. het inzicht in de algemeene af hankelijkheid van den geest is de ware weg tot het praktische verstand.

/>. Het zedelijk goede.

Naar het wezen beperkt zich onze taak tot het bewijs, dat rein verstand een onding is, dat het verstand het inbegrip der enkele kennisdaden is, dat slechts gewaande reine, d. w. z. algemeene, feitelijk echter en noodzakelijk altijd slechts praktische, d. w. z. bijzondere kennis in zich sluit. Wij beschouwden de filosofie, de voorgewende wetenschap van reine of absolute kennis. Haar doel blijkt ijdel te zijn, in zoover de filosofische ontwikkeling een voortdurende teleurstelling is, daar waar de onvoorwaardelijke of absolute

Sluiten