Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnelijk objekt. Wanneer men de een of andere stelling, de een of andere wet of recht tot recht „op zich zelf", tot recht in het algemeen maakt, dan vergeet men deze noodzakelijke beperking. Het recht in het algemeen is voorloopig een leeg begrip, dat pas een vagen inhoud krijgt, wanneer het als recht des menscheii in het algemeen opgevat wordt. De moraal, de bepaling van het goede, heeft evenwel een praktisch doel. Laten wij nu het algemeen menschelijke. het ontegenstrijdige recht voor moreel recht gelden, dan wordt noodzakelijk het praktische doel gemist. Een daad of handelwijze, die algemeen, d. w. z. overal rechtvaardig is, beveelt zich zelf aan, heeft daarom geen wettelijk voorschrift noodig. Slechts de gedetermineerde, voor bepaalde personen, klassen, volken, bepaalde tijden en omstandigheden pasklaar gemaakte wet heeft praktische waarde en is des te praktischer, hoe beperkter, bepaalder, precieser, hoe minder algemeen zij is.

Het algemeenste, verst erkende recht of behoefte is volgens zijn kwaliteit niet rechtvaardiger, niet beter of meer waard dan het kleinste recht van een oogenblik, dan de momentane behoefte van een persoon. Al weten wij ook, dat de zon honderden of duizenden mijlen groot is, zoo zijn wij toch vrij om haar zoo groot als een bord te zien. Al erkennen wij ook een gebod van de moraal theoretisch of in het algemeen als goed en heilig, dan zijn wij toch in de praktijk vrij, het momentaan, hier of daar, individueel als slecht en onnut te verwerpen. Ook het verhevenste. heiligste, algemeenste recht geldt slechts binnen bepaalde perken, en binnen bepaalde perken is ook het ijselijkste onrecht geldig recht. Wel bestaat er een eeuwig onderscheid tusschen vermeend en waar belang, tusschen passion en raison, tusschen wezenlijke, domineerende, algemeene, te erkennen behoeften en neigingen en toevallige ondergeschikte, bijzondere lusten. Maar dit onderscheid grondvest geen twee gescheiden werelden, een wereld van het goede en een andere wereld van het kwade. Het onderscheid is niet positief, algemeen, bestendig, absoluut, maar geldt slechts relatief. Het richt zich, evenals het onderscheid tusschen schoon en leelijk, naar de individualiteit van dengeen, die het onderscheid maakt. Wat hier een ware, voorgeschreven behoefte is, is daar een sekundaire, ondergeschikte, te verwerpen neiging.

De moraal is het snmmaire inbegrip van de meest verschillende elkaar tegensprekende zedelijke wetten, die het gemeenschappelijke doel hebben de handelwijze van den mensch tegen zich zelf en anderen op zoodanige manier te regelen, dat bij het tegenwoordige ook de toekomst, naast het eene het andere, naast Int individu ook de soort bedacht

Sluiten